Meer ruimte voor wonen op voormalige landbouwsites?

Wat mag je nog doen met de stallen en loodsen van een landbouwbedrijf nadat de landbouwactiviteiten zijn stopgezet? Die vraag zorgt al langer voor onzekerheid. Recente rechtspraak hanteerde immers een bijzonder strikte invulling van wat als woningbijgebouw kan worden gebruikt.

In een arrest van 20 augustus 2026, met nummer RvVb-2526-1071, brengt de Raad voor Vergunningsbetwistingen belangrijke nuances aan. De Raad aanvaardt dat het hobbymatig houden van dieren en de bijbehorende opslag in bepaalde omstandigheden wel degelijk bij de woonfunctie kunnen horen. Ook over het landbouwpotentieel van de site, de omvang van de gebouwen en het risico op oneigenlijk gebruik doet de Raad enkele belangrijke uitspraken.

Waarover ging de zaak? 

De aanvraag had betrekking op een voormalig landbouwbedrijf in Bikschote. De bedrijfswoning zou een gewone woning worden. Van de twee landbouwloodsen werd één loods gesloopt. De andere loods, met een volume van ruim 7.000 m³, bleef behouden als woningbijgebouw. 

In die loods werden onder meer een private garage, een kunstatelier en stallen voor twee paarden, een pony en een ezel voorzien. Ook was er ruimte voor voeder, verzorgingsmateriaal en materieel voor het onderhoud van de omliggende weiden. Daarnaast werd een kantoorruimte van maximaal 100 m² aangevraagd. 

Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij adviseerde de aanvraag ongunstig. Volgens het Agentschap had de site nog potentieel voor landbouw en bestond het risico dat de omvangrijke loods later voor beroepsactiviteiten zou worden gebruikt. De Deputatie verleende toch een vergunning. Het Departement Omgeving trok naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen, maar kreeg geen gelijk.

Geen verplichte landbouwpotentieeltoets 

Volgens de Raad moet worden onderzocht of de nieuwe functie de normale bedrijfsvoering van vergunde landbouwbedrijven in de omgeving kan hinderen. De regelgeving verplicht de vergunningverlenende overheid echter niet om daarnaast afzonderlijk na te gaan of de aanvraagsite zelf opnieuw door een landbouwbedrijf kan worden gebruikt. 

Het landbouwpotentieel van de site is vandaag geen wettelijke vergunningsvoorwaarde. Dat het Agentschap Landbouw en Zeevisserij een agrarisch hergebruik wenselijk vindt, verandert daar niets aan. Een beleidsmatige voorkeur kan via een advies niet worden omgevormd tot een bijkomende voorwaarde die niet in de regelgeving staat. 

Een vermoeden van misbruik volstaat niet 

Ook het gevreesde oneigenlijke gebruik van de loods kon geen weigering verantwoorden. De plannen beschreven nauwkeurig waarvoor de verschillende ruimten zouden worden gebruikt. De Deputatie had bovendien de beroepsactiviteiten van de aanvrager onderzocht. 

Een vergunning kan niet worden geweigerd op basis van een niet-onderbouwd vermoeden dat de gebouwen later misschien anders zullen worden gebruikt. Als na de vergunning blijkt dat de loods toch voor niet-vergunde activiteiten wordt ingezet, is dat een kwestie van handhaving. 

Dit betekent wel dat de aanvraag duidelijk en geloofwaardig moet omschrijven welke functie iedere ruimte krijgt. Een vage of tegenstrijdige functiebeschrijving blijft problematisch. 

Hobbydieren kunnen bij het wonen horen 

Het opvallendste onderdeel van het arrest gaat over het begrip “woningbijgebouw”. In eerdere arresten werd dat begrip bijzonder strikt geïnterpreteerd. Onder meer het stallen van private oldtimers of een caravan en het hobbymatig houden van dieren werden buiten de woonfunctie geplaatst. 

De Raad kiest nu voor een meer concrete beoordeling. Het hobbymatig houden van twee paarden, een pony en een ezel is niet automatisch een landbouwactiviteit. Ook de opslag van voeder, zadels, verzorgingsmateriaal en materieel voor het onderhoud van de weiden kan bij het wonen horen. 

Doorslaggevend is niet alleen wat in het gebouw wordt geplaatst, maar vooral hoe en waarom het wordt gebruikt. De private aard, de schaal van de activiteit en de band met de bewoners moeten concreet worden onderzocht.

Een groot volume is niet automatisch uitgesloten 

De regelgeving bepaalt geen maximaal volume voor woningbijgebouwen. Evenmin bestaat een algemene regel dat het bijgebouw kleiner moet zijn dan de woning. Een loods kan dus niet uitsluitend wegens haar omvang worden uitgesloten. 

De grootte blijft wel een aandachtspunt. Hoe omvangrijker het gebouw, hoe belangrijker een precieze en geloofwaardige invulling wordt. In deze zaak hield de Raad ook rekening met de sloop van een tweede loods en de verwijdering van 1.166 m² verharding. 

Wat betekent dit voor jou?

Het arrest creëert meer ruimte voor functiewijzigingen op voormalige landbouwsites, maar de toekomstige rechtspraak blijft onzeker. Een goede analyse van de bestaande situatie en een onderbouwde vergunningsaanvraag blijven daarom essentieel. DLV helpt je graag bij het in kaart brengen van de mogelijkheden.

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan