Begrippenwijzer

DLV Kennisbank

Begrippenwijzer van A tot Z

Zoek snel de betekenis van begrippen rond ruimtelijke ordening, natuur, milieu en vergunningen. Filter op beginletter of zoek op een term, afkorting of onderwerp.

Filter op beginletter

110 begrippen gevonden

A5 begrippen

Agentschap Landbouw en ZeevisserijHet Agentschap Landbouw en Zeevisserij ondersteunt en onwikkelt het beleid voor landbouw, tuinbouw, zeevisserij en plattelandsontwikkeling in Vlaanderen en helpt landbouwers en vissers bij het verduurzamen en innoveren van hun bedrijf.

Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij is een intern verzelfstandigd agentschap. Het ondersteunt en ontwikkelt het beleid voor landbouw, tuinbouw, zeevisserij en plattelandsontwikkeling in Vlaanderen en helpt landbouwers en vissers bij het verduurzamen en innoveren van hun bedrijf. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij moet tijdens sommige vergunningsaanvragen advies verlenen, meer bepaald:

  • als het voorwerp van de vergunning verband houdt met de landbouw ongeacht de bestemming van het gebied;
  • bij functiewijzigingen in agrarisch gebied. Link naar de relevante wetgeving: artikel 35, §12 Besluit betreffende de omgevingsvergunning
Agentschap Natuur en BosHet Agentschap Natuur en Bos staat in voor het beschermen en ontwikkelen van natuurgebieden, bossen en parken in Vlaanderen.

Het Agentschap Natuur en Bos (ANB) is een agentschap dat instaat voor het beschermen en ontwikkelen van natuurgebieden, bossen en parken in Vlaanderen.

Er dient verplicht een advies ingewonnen te worden van het ANB als het voorwerp van de vergunningsaanvraag:

  • in ruimtelijk kwetsbaar gebied ligt;
  • in een Vogelrichtlijngebied ligt dat vastgesteld is door de Vlaamse Regering als een speciale beschermingszone, met uitzondering van de woongebieden in de ruime zin;
  • in een Habitatgebied ligt dat vastgesteld is door de Vlaamse Regering als een speciale beschermingszone;
  • in een waterrijk gebied ligt dat is aangewezen krachtens de overeenkomst inzake watergebieden die van internationale betekenis zijn, in het bijzonder als woongebied voor watervogels, opgemaakt in Ramsar op 2 februari 1971;
  • in een park of bos ligt;
  • de opmaak van een passende beoordeling vereist.

Link naar de relevante wetgeving: artikel 35, §4 van het Besluit betreffende de omgevingsvergunning:

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Agentschap Wegen en VerkeerHet Agentschap Wegen en Verkeer is wegbeheerder van autosnelwegen en gewestwegen in Vlaanderen.

Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) is wegbeheerder van autosnelwegen en gewestwegen in Vlaanderen. Als het voorwerp van de vergunningsaanvraag op minder dan 30 meter van het domein van autosnelwegen of gewestwegen is gelegen, dient het AWV verplicht advies te verlenen. Link naar de relevante wetgeving: artikel 35, §6 van het Besluit betreffende de omgevingsvergunning:

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Agrarisch gebiedDe agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, alsook verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en evenens para-agrarische bedrijven. Landbouw in de ruime zin houdt in dat niet enkel de activiteiten bedoeld worden die bestaan in het bewerken van het land om er de veldvruchten van te plukken, maar ook tuinbouw, veeteelt en visteelt moeten begrepen worden onder de term landbouw. Dit betekent dan ook dat gebouwen die bestemd zijn voor bijvoorbeeld tuinbouw onder glas met hydrocultuur voorzien kunnen worden binnen het agrarisch gebied.

ArcheologienotaIn de archeologienota bepaalt de archeoloog de impact van de geplande werken op het aanwezige archeologisch erfgoed en stelt hij de aanpak op voor een goede omgang met dat erfgoed bij bouw- of verkavelingswerken.

In de archeologienota bepaalt de archeoloog de impact van de geplande werken op het aanwezige archeologisch erfgoed en stelt hij de aanpak op voor een goede omgang met dat erfgoed bij bouw- of verkavelingswerken.

Op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed is een beslissingsboom terug te vinden waaruit afgeleid kan worden of voor uw project een archeologienota dient opgesteld te worden:

https://www.onroerenderfgoed.be/sites/default/files/2024-07/20240729_omgevingsvergunning_stedenbouwkundige_handelingen%20%281%29.pdf

B10 begrippen

BemalingEen bemaling is het tijdelijk of permanent verlagen van de natuurlijke grondwaterstand door het oppompen van grondwater.

Een bemaling is het tijdelijk of permanent verlagen van de grondwaterstand door grondwater op te pompen. Dit gebeurt vaak bij bouw- of infrastructuurwerken waarbij onder het grondwaterniveau gewerkt moet worden. Denk bijvoorbeeld aan het uitgraven van een kelder, het aanleggen van ondergrondse leidingen of het bouwen van een parkeergarage. Door het grondwater weg te pompen, blijft de bouwput droog en kunnen de werken veilig worden uitgevoerd. Een bemaling kan invloed hebben op de omgeving, bijvoorbeeld op nabijgelegen gebouwen, de bodem of de natuur. Daarom moet vooraf onderzocht worden hoeveel grondwater opgepompt zal worden en welke gevolgen dit kan hebben. Afhankelijk van de situatie is een melding of omgevingsvergunning nodig.

Beschermd erfgoedBeschermd erfgoed is een officieel erkend gebouw, landschap of stadsgezicht met een bijzondere historische, artistieke of wetenschappelijke waarde.

Beschermd erfgoed is een officieel erkend gebouw, landschap of stadsgezicht met een bijzondere historische, artistieke of wetenschappelijke waarde. Beschermd erfgoed zijn constructies die van algemeen belang zijn vanwege hun erfgoedwaarde en die bewaard moeten blijven. Er zijn 4 mogelijke beschermingsstatuten: beschermd monument, beschermd stads- of dorpsgezicht, beschermd cultuurhistorisch landschap en beschermde archeologische site. Voor beschermd erfgoed geldt een vrijstelling van bepaalde eisen uit de renovatieverplichting voor residentiële gebouwen die op 1 januari 2023 inging. Een beschermd goed mag niet gesloopt of vernietigd worden, behalve in zeer uitzonderlijke gevallen.

BezwaarVia een bezwaar kan men aantonen dat men niet akkoord gaat met de aangevraagde of verleende vergunning.

Tijdens het openbaar onderzoek kan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon een bezwaar indienen tegen de aangevraagde vergunning of de verleende vergunning. Met dit bezwaar toont de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan dat hij of zij niet akkoord gaat met de aangevraagde of verleende vergunning. Het indienen van bezwaar moet steeds gebeuren bij het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waar het project gelegen is. Dit kan zowel online als via gewone of aangetekende brief.

Bijzonder plan van aanleg (BPA)Een bijzonder plan van aanleg geeft aan welke stedenbouwkundige voorschriften van kracht zijn op een bepaald perceel of in een bepaald gebied.

Een bijzonder plan van aanleg (BPA) zorgt voor een verfijning van het gewestplan op perceelniveau. Het geeft aan welke stedenbouwkundige voorschriften van kracht zijn op een bepaald perceel of in een bepaald gebied. Een BPA bepaalt bijvoorbeeld welke activiteiten er toegelaten zijn, op welke plaatsen er bebouwing mogelijk is en aan welke voorwaarden deze bebouwing moet voldoen.

BosEen bos is ieder stuk grond waarvan bomen, met of zonder houtachtige struikvegetatie, het hoofdbestanddeel uitmaken en waar boseigen fauna en flora aanwezig is.

Ieder stuk grond waarvan bomen, met of zonder houtachtige struikvegetatie, het hoofdbestanddeel uitmaken en waar een boseigen fauna en flora aanwezig is, wordt beschouwd als een bos.

Als bos wordt ook beschouwd:

  • de kaalvlakten, voorheen met bos bezet, die tot het bos blijven behoren;
  • de niet-beboste oppervlakten die nodig zijn voor het behoud van het bos, zoals boswegen, de brandwegen, de aanpalende of binnen het bos gelegen stapelplaatsen, dienstterreinen of ambtswoningen;
  • besteding bosvrije oppervlakten of stroken en recreatieve uitrustingen binnen het bos;
  • de aanplantingen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de houtvoortbrengst;
  • de grienden.

Worden niet als bos beschouwd:

  • de fruitboomgaarden en fruitaanplantingen;
  • tuinen, plantsoenen en parken;
  • lijnbeplantingen en houtkanten, onder meer langs wegen, rivieren en kanalen;
  • boom- en sierstruikkwekerijen en arboreta die buiten het bos gelegen zijn;
  • de sierbeplantingen;
  • de aanplantingen met naaldbomen die uitsluitend bestemd zijn voor verkoop als kerstboom.

Een boom kappen in een bos wordt beschouwd als een ontbossing en is in principe verboden. Link naar de relevante wetgeving: artikel 3 Bosdecreet

BosgebiedenDe bosgebieden zijn de beboste of te bebossen gebieden, bestemd voor het bosbedrijf.

De bosgebieden zijn de beboste of te bebossen gebieden, bestemd voor het bosbedrijf. Daarin zijn toegelaten: de gebouwen die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van en het toezicht op de bossen en jagers- en vissershutten op voorwaarde dat deze niet gebruikt kunnen worden als woonverblijf.

Bouwfysisch geschiktBouwfysisch geschik zijn betekent dat gebouwen zonder al te grote investeringen of ingrijpende verbouwingen geschikt zijn voor de nieuwe functie.

Het bouwfysisch geschikt karakter van een gebouw is één van de voorwaarden om een vergunning te bekomen voor bepaalde zonevreemde functiewijzigingen. Bouwfysisch geschikt betekent dat gebouwen zonder al te grote investeringen of ingrijpende verbouwingen geschikt zijn voor de nieuwe functie. Een gebouw is bouwfysisch geschikt voor een nieuwe functie als aan het gebouw uit financieel of bouwtechnisch oogpunt geen ingrijpende werken uitgevoerd hoeven te worden voor de nieuwe functie. Daarmee wordt bedoeld dat de functie gerealiseerd kan worden als de bestaande structuur van het gebouw grotendeels wordt benut en gevaloriseerd, waarbij het gebouw aangepast kan worden aan de hedendaagse comfort-, energie- of milieueisen. Gebouwen waarin de laatste 2 jaar ingrijpende werken gebeurd zijn, komen niet in aanmerking. Het aanpassen van de dakstructuur of creëren van een nieuwe verdieping zijn bijvoorbeeld ingrijpende verbouwingswerken.

BouwlijnDe bouwlijn is de grens vanaf waar je mag bouwen. In sommige gevallen kunnen de rooilijn en bouwlijn samenvallen. Soms ligt er tussen de rooilijn en de bouwlijn nog een voortuinstrook.

De bouwlijn is de grens die aangeeft vanaf waar een gebouw op een perceel mag worden opgericht. Deze lijn bepaalt mee waar een gebouw mag staan ten opzichte van de straat. In veel gevallen ligt de bouwlijn een aantal meter achter de rooilijn, waardoor er ruimte ontstaat voor bijvoorbeeld een voortuin of oprit. Soms vallen de bouwlijn en de rooilijn samen, waardoor een gebouw rechtstreeks aan de straat mag worden opgetrokken. De ligging van de bouwlijn kan vastgelegd zijn in stedenbouwkundige voorschriften, een ruimtelijk uitvoeringsplan, een verkavelingsvergunning of een omgevingsvergunning. Wie wil bouwen of verbouwen, moet rekening houden met de bouwlijn om te bepalen waar het gebouw op het perceel mag komen.

BouwvolumeHet bouwvolume betekent het bruto-bouwvolume van een constructie en haar fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw, zoals een aangebouwde garage, veranda of berging, gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, en met uitsluiting van het volume van de gebruikelijke onderkeldering onder het maaiveld.

Bouwvolume betekent binnen het omgevingsrecht: “het bruto-bouwvolume van een constructie en haar fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw, zoals een aangebouwde garage, veranda of berging, gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, en met uitsluiting van het volume van de gebruikelijke onderkeldering onder het maaiveld”.

Voor het bouwvolume moeten dus het hoofdgebouw en de fysisch aansluitende aanhorigheden (zoals een garage, veranda of berging) in rekening genomen worden. Het dak en de buitenmuren moeten meegenomen worden in het bepalen van het bouwvolume.

Link naar de relevante wetgeving: artikel 4,1,1, 2° VCRO

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

BuffervoorzieningEen buffervoorziening is een tijdelijk opslagreservoir voor hemelwater dat piekafvoer voorkomt.

Een buffervoorziening is een tijdelijk opslagreservoir voor hemelwater dat piekafvoer voorkomt. Het vangt grote hoeveelheden water op tijdens hevige regenbuien en voert dit daarna heel traag en gecontroleerd af naar het riool of opperlaktewater. Als er om technische of juridische redenen geen infiltratievoorziening kan worden aangelegd, wordt een buffervoorziening aangelegd als de in rekening te brengen afwaterende oppervlakte groter of gelijk is aan 1.000 m².

Bij een afwaterende oppervlakte van minder dan 1.000 m² is het niet nuttig om vertraagd af te voeren aangezien het onmogelijk is om de vertraging te realiseren. Voor deze kleinere oppervlaktes dient dus steeds ingezet te worden op een correct gedimensioneerde infiltratievoorziening. Andere mogelijkheden om de impact te beperken is het voorzien van een groendak, een retentiedak of inspelen op een groter gebruik met grotere hemelwaterputten.

Bij slecht infiltrerende gronden zal het aanleggen van een buffervoorziening met vertraagde afvoer doorgaans slechts aanvaard worden wanneer de infiltratiecapaciteit minder is dan 0,5 mm/uur.

Ook bij afwaterende oppervlaktes van minder dan 1.000 m² met slecht infiltrerende gronden moet steeds overwogen worden om toch zo veel mogelijk te infiltreren en evapotranspireren. Het valt evenwel sterk aan te raden om toch een vertraagde afvoer te voorzien om het risico op wateroverlast op het eigen terrein te verkleinen.

Meer informatie hieromtrent is terug te vinden in het technisch achtergronddocument bij de Hemelwaterverordening:

technisch-document-gsv-2023_v1-2.pdf

C2 begrippen

CAPASCAPAS is een Vlaamse commissie die beoordeelt of een veehouder een andere berekeningsmethode mag gebruiken om zijn stikstofuitstoot uit het verleden te bepalen.

Bij het bepalen van hoeveel ammoniak een veehouderij in de toekomst nog mag uitstoten, wordt normaal gekeken naar het gemiddelde aantal dieren op het bedrijf in 2021. Maar 2021 was niet voor elk bedrijf een representatief jaar. Denk bijvoorbeeld aan een veehouder die net had geïnvesteerd in een nieuwe stal of tijdelijk minder dieren hield. In bepaalde situaties kan de veehouder daarom een aanvraag indienen bij CAPAS. Deze commissie onderzoekt of het bedrijf in aanmerking komt voor een afwijkende berekeningsmethode. Een gunstige beslissing kan een belangrijke invloed hebben op de berekening van de toegelaten ammoniakuitstoot en de toekomstige vergunning van het bedrijf.

ConstructieEen constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar worden genomen, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds.

Een constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds. Deze definitie is terug te vinden in artikel 4.1.1, 3° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

D3 begrippen

Departement OmgevingHet Departement Omgeving bereidt het beleid voor en ondersteunt de minister op vlak van ruimtelijke ordening, leefmilieu, natuur, energie en dierenwelzijn.

Het Departement Omgeving is een Vlaamse overheidsdienst. Het bereidt het beleid voor en ondersteunt de minister op vlak van ruimtelijke ordening, leefmilieu, natuur, energie en dierenwelzijn. Concreet heeft het Departement Omgeving volgende taken:

  • de realisatie van een kwaliteitsvol leefmilieu, waarin op een duurzame wijze wordt gebruik gemaakt van diverse voorraden van de beschikbare ruimte;
  • de ontwikkeling van een geïntegreerd omgevingsbeleid (ruimte, leefmilieu, natuur en energie) dat gericht is op de beleidsvoorbereiding en -implementatie, draagvlakverbreding, handhaving van de regelgeving en beleidsevaluatie;
  • samenwerking met steden, gemeenten en provincies voor het lokale omgevingsbeleid.
DeputatieDe deputatie staat in voor het dagelijks bestuur in de provincie.

De deputatie staat in voor het dagelijks bestuur van de provincie. Ze bereidt de beslissingen van de provincieraad voor en voert die beslissingen ook uit. De deputatie is bevoegd voor volgende aanvragen:

  • provinciale projecten en projecten over 2 of meer gemeenten;
  • ingedeelde inrichtingen of activiteiten van de eerste klasse al dan niet met stedenbouwkundige projecten, natuurvergunningen en socio-economische vergunningen;
  • meldingen, bijstellingen… die horen bij bovenstaande projecten;
  • beroepen tegen beslissingen van gemeenten die onder de omgevingsvergunning vallen.
DuinendecreetDit decreet bepaald de ligging van beschermd duingebied, deze afbakening zorgt voor een beperking van de stedenbouwkundige mogelijkheden in deze gebieden.

Het duinendecreet beschermd bepaalde duingebieden door de ontwikkelingsmogelijkheden op stedenbouwkundig vlak te beperken. Het duidt bepaalde gebieden aan als 'beschermd duingebied' of 'voor het duingebied belangrijk landbouwgebied' en houdt een bouwverbod in voor deze gebieden, ongeacht de bestemming van het gebied. De enige uitzondering op het bouwverbod betreft verbouwingen, herbouwen en uitbreidingen van bestaande landbouwbedrijven voor zover deze geen wijziging van de landbouwbestemming tot gevolg hebben. Duingebied wordt tevens aanzien als ruimtelijk kwetsbaar gebied.

E1 begrip

ErfdienstbaarheidsstrookDe strook van 5 meter gelegen langs publieke waterlopen of grachten.

Aan weerszijden van een publieke gracht/ waterloop dient vanaf de insteek van de talud langs weerszijden van de gracht een stook van 5 meter bewaard te worden. Binnen deze 5-meterstrook mogen geen bovengrondse of ondergrondse constructies worden opgericht en moet beplanting voldoen aan bepaalde regels. In uitzonderlijke gevallen kan echter toelating gevraagd worden aan de waterbeheerder.

F1 begrip

FunctiewijzigingEen functiewijziging betekent dat je de functie van een gebied wijzigt naar een andere functie.

Een functiewijziging heb je nodig als je iets anders wil doen met een gebied dan de bestemming die het gewestplan voorschrijft. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is nodig als een van volgende hoofdfuncties van een bebouwd onroerend goed geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd in een andere hierna vermelde hoofdfunctie. De volgende functies worden als hoofdfunctie beschouwd: - wonen, - verblijfsrecreatie, - dagrecratie, met inbegrip van sport, - land- en tuinbouw in de ruime zin, - detailhandel, - dancing, restaurant en café, - kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen, - industrie en bedrijvigheid, - gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, - militaire functie. Link naar de relevante wetgeving: artikel 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen.

G4 begrippen

GeurkaderHet geurkader is een richtlijn van de overheid waarin staat beschreven wanneer al dan niet geurhinder wordt verwacht.

Het geurkader is een richtlijn van de overheid waarin staat beschreven wanneer al dan niet geurhinder wordt verwacht. De geurstudie dient in de meeste gevallen aangeleverd te worden wanneer er een hernieuwing of verandering van de vergunning aangevraagd wordt door onder andere een varkens-, pluimvee- of mestkalverenbedrijf.

GeurstudieEen geurstudie toetst de impact van de geur, geproduceerd op een bedrijf, af ten opzichte van de omliggende woningen.

​​Voor elke diercategorie is vastgelegd welke geuremissie deze met zich meebrengt. Hiermee kan voor elke veehouderij de totale geuremissie bepaald worden. Op basis van de relevante bedrijfsspecifieke info kan gesimuleerd worden welke invloed het bedrijf heeft op de omgeving en of er geen drempels overschreden worden. Aan de hand van deze simulaties kunnen de toekomstmogelijkheden van het bedrijf op vlak van geur nagegaan worden. Deze studie kan een maatstaf zijn om de strategie van jouw bedrijf verder uit te stippelen. Hiermee kan tevens afgetoetst worden welke maatregelen er nodig zijn om jouw plannen mogelijk te maken en te vermijden dat je project een aanzienlijke invloed op de omgeving zal hebben. Anderzijds is deze studie een document dat je vergunningsaanvraag bijkomend ondersteunt om aan te tonen dat door de genomen maatregelen geen hinder te verwachten is.​

GewestplanEen gewestplan is een ruimtelijk plan dat bepaalt welke bestemming gronden in een bepaald gebied hebben, bijvoorbeeld woongebied, landbouwgebied, industriegebied of natuurgebied.

De bestemming van een bepaald perceel wordt bepaald door het van toepassing zijnde gewestplan. De gewestplannen werden opgemaakt eind jaren 1970 en zijn nog steeds determinerend voor de ruimtelijke ordening in Vlaanderen.

Goede ruimtelijke ordeningDe goede ruimtelijke ordening is een juridisch en bestuurskundig begrip dat inhoudt dat de beschikbare ruimte doelbewust, duurzaam en evenwichtig wordt gebruikt.

De goede ruimtelijke ordening is een juridisch en bestuurskundig begrip dat inhoudt dat de beschikbare ruimte doelbewust, duurzaam en evenwichtig wordt gebruikt. De goede ruimtelijke ordening is iets wat in beschouwing genomen wordt bij het beoordelen van een vergunning. Een vergunning zal geweigerd worden als het aangevraagde onverenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening. De goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

  • Het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op:

o de functionele inpasbaarheid, o de mobiliteitsimpact, o de schaal, o het ruimtegebruik o de bouwdichtheid, o visueel-vormelijke elementen, o cultuurhistorische aspecten, o het bodemreliëf, o hinderaspecten, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

  • Er wordt bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening rekening gehouden met de in de omgeving bestaande toestand, maar ook de volgende aspecten kunnen in rekening gebracht worden:

o beleidsmatig gewenste ontwikkelingen; o de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement, voor zover:

  • de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;
  • de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;

o indien het aangevraagde gelegen is binnen de grenzen van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), een gemeentelijk plan van aanleg (APA of BPA) of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, worden deze voorschriften geacht de criteria van goede ruimtelijke ordening weer te geven.

Link naar de relevante wetgeving: artikel 4.3.1 VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

H10 begrippen

HabitatrichtlijngebiedenHabitatrichlijngebieden zijn gebieden die door de Europese Unie beschouwd worden als gebieden waarbinnen gestreefd wordt naar de instandhouding en het herstel van de natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora die hiervan deel uitmaken.

In 1992 werd de Habitatrichtlijn goedgekeurd door de Europese Unie. Op basis hiervan worden gebieden aangeduid waarbinnen bepaalde natuurlijke habitats, planten- en diersoorten die van Europees belang zijn, worden beschermd. Met deze richtlijn probeert de EU bij te dragen tot het behoud van de biodiversiteit in de verschillende lidstaten.

Bij een vergunningsaanvraag in habitatrichtlijngebied dient een passende beoordeling opgemaakt te worden.

HandhavingHandhaving slaat op het geheel van maatregelen en procedures die de overheid hanteert bij het sanctioneren van bouwovertredingen.

De Vlaamse overheid treedt op tegen wie een bouwovertreding begaat en kan onder meer de overtreder verplichten om de niet-vergunde toestand te herstellen tot de oorspronkelijke vergunde toestand.

HemelwaterverordeningDe gewestelijke Vlaamse hemelwaterverordening 2023 legt regels op inzake de opvang, herinfiltratie en buffering van regenwater bij nieuwbouw, grote verbouwingen en nieuwe verhardingen en wil Vlaanderen wapenen tegen de klimaatverandering.

De gewestelijke Vlaamse hemelwaterverordening 2023 verplicht onder meer de aanleg van hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen (wadi's) bji nieuwbouwprojecten of grote verbouwingen.

HemelwaterverordeningDe hemelwaterverordening legt bepalingen op rond de behandeling van hemelwater bij (ver)bouwen.

De hemelwaterverordening is een Vlaamse regelgeving die bepaalt hoe regenwater moet worden opgevangen, gebruikt, vastgehouden en afgevoerd bij bouw- en verbouwprojecten. Het doel is om regenwater zoveel mogelijk ter plaatse te houden, in plaats van het rechtstreeks naar de riolering af te voeren. Zo wordt het risico op wateroverlast verminderd, wordt de grondwatervoorraad aangevuld en kan kostbaar drinkwater worden bespaard. Bij het bouwen of verbouwen van een woning of ander gebouw kunnen daarom verplichtingen gelden, zoals het plaatsen van een regenwaterput, het hergebruiken van regenwater of het voorzien van een infiltratievoorziening. Via zo'n voorziening kan regenwater geleidelijk in de bodem trekken. Welke maatregelen verplicht zijn, hangt onder andere af van het type project, de oppervlakte van het dak en de verharde zones.

HerbouwenHerbouwen betekent een constructie volledig afbreken, of méér dan veertig procent van de buitenmuren van een constructie afbreken, en binnen het bestaande bouwvolume van de geheel of gedeeltelijk afgebroken constructie een nieuwe constructie bouwen.

Binnen het omgevingsrecht betekent herbouwen een constructie volledig afbreken, of méér dan veertig procent van de buitenmuren van een constructie afbreken, en binnen het bestaande bouwvolume van de geheel of gedeeltelijk afgebroken constructie een nieuwe constructie bouwen.

Opgelet: deze definitie is niet hetzelfde binnen het fiscale recht. Link naar de relevante wetgeving: artikel 4.1.1, 6° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

Herbouwen op dezelfde plaatsHerbouwen op dezelfde plaats betekent dat de nieuwe constructie ten miste drie kwart van de bestaande oppervlakte overlapt.

Herbouwen op dezelfde plaats betekent dat de nieuwe constructie ten miste drie kwart van de bestaande oppervlakte overlapt. Link naar de relenvante wetgeving: artikel 4.4.13 VCRO.

Herbouwen op gewijzigde plaatsHerbouwen op gewijzigde plaats betekent dat de nieuwe oppervlakte minder dan drie kwart van de bestaande oppervlakte overlapt.

Herbouwen op gewijzigde plaats betekent dat de nieuwe oppervlakte minder dan drie kwart van de bestaande oppervlakte overlapt. Zonevreemd is herbouwen op gewijzigde plaats enkel mogelijk onder zeer strikte voorwaarden. Zo moet één van volgende oorzaken aanwijsbaar zijn:

  • De woning is getroffen door een rooilijn.
  • De woning bevindt zich in een achteruitbouwzone.
  • De verplaatsing volgt uit redenen van goede ruimtelijke ordening, en wordt door de aanvrager uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit een betere integratie in de omgeving, een betere terreinbezetting of een kwalitatief concept.

Ook moet ten minste één van volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • De herbouwde woning krijgt dezelfde voorbouwlijn als de dichtstbijzijnde constructie.
  • De nieuwe toestand levert een betere plaatselijke aanleg op, en richt zich op de omgevende bebouwing of plaatselijk courante inplantingswijzen. Link naar relevante wetgeving: artikel 4. 4.14 VCRO.
HobbystalEen hobbystal is een stal voor weidedieren die in agrarisch gebied gebouwd kan worden door een particulier.

In agrarisch gebied is het mogelijk om als particulier een hobbystal voor weidedieren te bouwen. Hiervoor dient een omgevingsvergunning verkregen te worden. De voorwaarden voor deze vergunning zijn opgenomen in artikel 4.4.8/2 VCRO:

  • Er mogen nog geen stallingsmogelijkheden zijn op de site. Ook gebouwen die nog geen stal zijn, maar wel kunnen worden omgebouwd tot een stal, tellen mee als stallingsmogelijkheid.
  • De stal moet binnen een straal van 50 meter van de woning staan.
  • De stal mag een oppervlakte hebben van maximaal 200 m² afhankelijk van het aantal dieren en de beschikbare weidegrond.
  • De stal mag een kroonlijsthoogte hebben van maximaal 3,5 meter.

Een hobbystal kan niet gebouwd worden in ruimtelijk kwetsbaar gebied. De stal dient enkel voor het stallen van dieren en eventueel wat opslag (hooi, stro, voeder…) Link naar de relevante wetgeving:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

HoevetoerismeHoevetoerisme is toerisme bij een leefbaar land- en/of tuinbouwbedrijf.

Hoevetoerisme is toerisme bij een leefbaar land- en/of tuinbouwbedrijf. Een leefbaar landbouwbedrijf is een werkelijke, volwaardige landbouwexploitatie. Landbouw is nevenbestemming of hoofdbestemming. De voorwaarden zijn:

  • Het moet gaan om een tijdelijke verblijfsgelegenheid;
  • Het hoevetoerisme moet ondergeschikt blijven aan de landbouwactiviteiten;
  • Het hoevetoerisme moet een integrerend deel uitmaken van een landbouwbedrijf;
  • Er moet sprake zijn van een leefbaar landbouwbedrijf.
Hoofdzakelijk vergundHet hoofdzakelijk vergund karakter van een gebouw of gebouwencomplex is één van de voorwaarden voor het bekomen van een omgevingsvergunning voor een zonevreemde functiewijziging. Hoofdzakelijk vergund zijn betekent dat ten minste 90% van het bruto-bouwvolume van de constructie vergund of vergund geacht is, ook wat de functie betreft.

Hoofdzakelijk vergund is een vergunningstoestand, waarbij voor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen geldt dat:

  • Bedrijven en hun constructies slechts hoofdzakelijk vergund zijn indien de voor een normale bedrijfsvoering noodzakelijke constructies vergund of vergund geacht zijn, ook wat de functie betreft,
  • Overige constructies slechts hoofdzakelijk vergund zijn indien ten minste 90% van het bruto-bouwvolume van de constructie, gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, en met uitsluiting van het volume van de gebruikelijke onderkeldering onder het maaiveld en van de fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw, vergund of vergund geacht is, ook wat de functie betreft.

Dit is terug te vinden in artikel 4.1.1, 7° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

I4 begrippen

ImpactscoreDe impactscore is de hoogste procentuele verhouding van de totale stikstofdepositie van een project tegenover de kritische depositiewaarde van de al dan niet actueel aanwezige Europees te beschermen habitats in de toetszone van het project.

De impactscore van een project is de hoogste procentuele verhouding van de totale stikstofdepositie van een project tegenover de kritische depositiewaarde van de al dan niet actueel aanwezige Europees te beschermen habitats in de toetszone van het project. Indien de impactscore lager is of gelijk aan 0,025% is er geen passende beoordeling nodig. Indien de impactscore hoger is dan 0,025% is een passende beoordeling wel noodzakelijk.

IndustriegebiedenIndustriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven.

Deze gebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze kunnen ook de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten.

Ook complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van andere industriële bedrijven zijn toegelaten in deze zone: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale en internationale verkoop.

InfiltratievoorzieningEen infiltratievoorziening is een manier om het hemelwater te laten infiltreren in de bodem.

Een infiltratievoorziening is een manier om het hemelwater te laten infiltreren in de bodem. Bij een infiltratievoorziening wordt het hemelwater opgevangen en tijdelijk vastgehouden, waarna het langzaam in de grond wegzakt. De overloop van de hemelwaterput wordt steeds aangesloten op de infiltratievoorziening. Ook alle groendaken worden aangesloten op een infiltratievoorziening.Een infiltratievoorzien kan zowel bovengronds als ondergronds aangelegd worden. Een voorbeeld van een infiltratievoorziening is een wadi. Meer informatie hieromtrent is terug te vinden in het technisch achtergronddocument bij de Hemelwaterverordening:

technisch-document-gsv-2023_v1-2.pdf

IVON-gebiedenIVON-gebieden zijn gebieden waarin bijkomende kansen worden gegeven aan planten en dieren.

Het Integraal Verwervings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) vormt de verbinding tussen de verschillende VEN-gebieden. In het IVON worden bijkomende kansen gegeven aan planten en dieren. Andere functies zoals landbouw, recreatie, bosbouw, wonen… mogen daarbij niet in het gedrang komen. In IVON-gebieden wordt geen gebiedsspecifiek beleid gevoerd met gebods- of verbodsbepalingen.

K3 begrippen

Klasse 1Klasse 1 zijn inrichtingen met activiteiten die het meeste risico of hinder veroorzaken.

Klasse 1 zijn inrichtingen met activiteiten die het meeste risico of hinder veroorzaken. Een omgevingsvergunning voor een klasse 1 bedrijf moet dan ook ingediend worden bij de provincie.

Klasse 2Klasse 2 inrichtingen zijn inrichtingen met bedrijfsactiviteiten met een gemiddelde impact of matige hinder op mens en milieu.

Klasse 2 inrichtingen zijn inrichtingen met bedrijfsactiviteiten met een gemiddelde impact of matige hinder op mens en milieu. Aanvragen voor een klasse 2 bedrijf moeten ingediend worden bij de gemeente.

Klasse 3Klasse 3 zijn de inrichtingen met activiteiten die het minste risico of hinder veroorzaken. Bij aanvragen voor een klasse 3 bedrijf volstaat een melding bij de gemeente.

Klasse 3 zijn de inrichtingen met activiteiten die het minste risico of hinder veroorzaken. Bij aanvragen voor een klasse 3 bedrijf volstaat een melding bij de gemeente.

L2 begrippen

LandbouwtoetsDe landbouwtoets analyseert de toekomstmogelijkheden en het landbouwpotentieel van een leegstaand landbouwbedrijf.

De landbouwtoets is een uitvoerige nota die wordt toegevoegd bij aanvragen voor zonevreemde functiewijzigingen van voormalige boerderijen. De landbouwtoets is niet verplicht, maar kan wel in belangrijke mate de aanvraag ondersteunen. De landbouwtoets heeft als doel het landbouwpotentieel van het leegstaand landbouwbedrijf af te toetsen zowel op micro- als op macroniveau en doet hierbij mogelijke voorstellen naar reconversie tot een zonevreemde functie. Alsook wordt nagegaan of een zonevreemde functiewijziging eventueeel negatieve gevolgen kan hebben voor de omlliggende landbouwbedrijven.

Landschappelijk waardevol agrarisch gebiedLandschappelijk waardevol agrarische gebieden zijn agrarische gebieden waarbij het bestaande landschapskarakter zoveel mogelijk bewaard dient te blijven.

Dit zijn agrarische gebieden waarbij het bestaande landschapskarakter zoveel mogelijk bewaard dient te worden. Er dient een bijzondere aandacht besteed te worden aan de esthetische aspecten van nieuwe inplantingen of verbouwingen. De beoogde handelingen en werken moeten kunnen worden overeengebracht met de eisen van vrijwaring van het landschap.

M4 begrippen

MilieuvergunningEen milieuvergunning is een vergunning die je nodig hebt voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten.

Een milieuvergunning, ook wel vergunning voor het exploiteren van ingedeelde inrichtingen of activiteiten genoemd, is een vergunning die je nodig hebt voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten. In het Vlaams Reglement betreffende de Milieuhygiëne (VLAREM) worden de verschillende activiteiten ingedeeld in 3 klassen. Afhankelijk van tot welke klasse je behoort, gelden andere regels.

Minnelijke schikkingEen minnelijke schikking is een alternatief voor het opleggen van bestuursdwang of een last onder dwangsom bij een overtreding binnen het omgevingsrecht.

Bij een overtreding binnen het omgevingsrecht kan zolang de procedure loopt met de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester een minnelijke schikking afgesloten worden. Een minnelijke schikking is een alternatief voor het opleggen van bestuursdwang of een last onder dwangsom. Een minnelijke schikking kan er op verschillende manieren uitzien:

  • Minnelijke schikking met als wijze van herstel het betalen van een meerwaardesom wanneer de toestand kennelijk verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening
  • Minnelijke schikking met als wijze van herstel het uitvoeren van bouw- en/of aanpassingswerken wanneer deze bouw- en/of aanpassingswerken kennelijk voldoende zijn om de plaatselijke ordening te herstellen
  • Minnelijke schikking met als wijze van herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand of staking van het huidige gebruik
Mobiliteitsstudie (MOBER)Een mobiliteitsstudie beschrijft het bereikbaarheids- en mobiliteitsprofiel van een project.

Een mobiliteitsstudie beschrijft het bereikbaarheids- en mobiliteitsprofiel van het project. De studie analyseert hoe een project het verkeer beïnvloedt: aantallen auto’s, fietsers, voetgangers, bereikbaarheid met het openbaar vervoer en parkeerbehoefte. Een MOBER is verplicht als het project boven bepaalde drempelwaarden uitkomt:

  • Het bouwen van minstens 250 woongelegenheden
  • Het aanleggen van 200 parkeerplaatsen, of het heraanleggen van extra parkeerplaatsen waardoor een veelvoud van 200 plaatsen wordt overschreden
  • Het bouwen van gebouwen of gebouwencomplexen met een totale bruto-vloeroppervlakte van tenminste:

o 7500 m² voor handel, horeca, kantoorfuncties o 15 000 m² industrie en bedrijvigheid o Of een kleiner project waardoor de totale oppervlakte de bovenstaande drempelwaardes overschrijdt

MobiliteitstoetsEen mobiliteitstoets is een lichtere analyse van de mobiliteit in de omgeving van een project.

De mobiliteitstoets is een lichtere analyse dan een mobiliteitsstudie en is wettelijk niet verplicht. Er bestaan wel richtlijnen over wanneer het wenselijk is om een mobiliteitstoets op te maken. Sommige gemeentes hanteren deze richtlijnen zelfs strenger dan voorgeschreven – daarom is het slim om op voorhand bij de gemeente te polsen naar hun verwachtingen.

Richtlijnen voor wanneer een mobiliteitstoets wordt aangeraden:

*bruto vloeroppervlakte (bvo) = de som van de vloeroppervlakte voor alle bouwlagen, met inbegrip van de buitenmuren of vergelijkbare bouwdelen, uitgezonderd de vloeroppervlakte die uitsluitend wordt bestemd voor parkeerterreinen.

N3 begrippen

Natuur- en soortentoetsDe natuurtoets is een toets waarbij er gekeken wordt of het project vermijdbare schade aanricht aan natuur in de brede zin.

De natuur- en soortentoets is een wettelijke toets die bij elke vergunningsaanvraag uitgevoerd wordt. In de natuurtoets wordt er gekeken of het project vermijdbare schade aanricht aan natuur in de brede zin (bv. kap van bomen, vernieling van habitat…). In de soortentoets wordt nagegaan of het project een betekenisvolle verstoring veroorzaakt voor beschermde soorten (zoals bv. vleermuizen, dassen, amfibiën…).

NatuurbeheerplanEen natuurbeheerplan is een hulpmiddel voor de langetermijnplanning van een stuk natuur en zorgt ervoor dat het beheer zo georganiseerd wordt dat de biodiversiteit er alle kansen krijgt.

Een natuurbeheerplan is een hulpmiddel voor de langetermijnplanning van een stuk natuur en zorgt ervoor dat het beheer zo georganiseerd wordt dat de biodiversiteit er alle kansen krijgt. Een natuurbeheerplan is 24 jaar geldig en wordt om de 6 jaar geëvalueerd. Zowel particulieren, natuurverenigingen als overheden kunnen een natuurbeheerplan opstellen. Het opstellen van een natuurbeheerplan is verplicht voor alle domeinen in het beheer van Natuur en Bos en openbare terreinen beheerd met het oog op natuurbehoud en waar Europese natuurdoelen moeten gerealiseerd worden. Om bepaalde subsidies en fiscale voordelen te genieten is de opmaak van een natuurbeheerplan wel een vereiste.

NatuurgebiedenDe natuurgebieden zijn bestemd voor de natuur.

Deze gebieden zijn bestemd voor de natuur. Er zijn maar een beperkt aantal zaken mogelijk in natuurgebied:

  • jagers- en vissershutten plaatsen;
  • werken voor behoud, bescherming en herstel van natuurlijk milieu;
  • schuilhokken en hobbystallen voor weidedieren;
  • verbouwingen.

Zonevreemde functiewijzigingen zijn niet mogelijk

O6 begrippen

OmgevingsambtenaarDe omgevingsambtenaar is de persoon die op gemeentelijk of provinciaal niveau de dossiers inzake omgevingsvergunningsaanvragen voorbereidt en advies hierover geeft aan het College van Burgemeester en Schepenen dan wel de deputatie.

Bij elke gemeente werkt minstens één gemeentelijke omgevingsambtenaar (GOA). Bij elke provincie werken meerdere provinciale omgevingsambtenaren (POA). Het belang van de omgevingsambtenaren is niet te onderschatten. Doorgaans maar niet altijd volgt het College van Burgemeester en Schepenen dan wel de deputatie hun advies.

OmgevingsvergunningEen omgevingsvergunning is de vergunning die nodig is voor bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden en voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 1 of 2.

De omgevingsvergunning bestaat sinds 1 januari 2018 en is de nieuwe naam voor de bouwvergunning, de milieuvergunning, de verkavelingsvergunning… Al deze verschillende vergunningen zijn sinds 2018 gebundeld in 1 vergunning, de omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning is nodig voor iedereen die wil bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden. Ook is een omgevingsvergunning nodig voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 1 of 2.

OnderhoudswerkenOnderhoudswerken zijn werken, andere dan stabiliteitswerken, die het gebruik van een constructie voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen.

Onderhoudswerken zijn werken, andere dan stabiliteitswerken, die het gebruik van een constructie voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen.

Onherstelbare schade (natuurtoets)Onherstelbare schade betekent dat de schade die veroorzaakt wordt aan de natuur niet meer hersteld kan worden.

Onherstelbare schade betekent dat de schade niet meer hersteld kan worden. Onder herstel van de schade wordt verstaan het op de plaats van de beschadiging met een kwantitatief en kwalitatief gelijkaardig habitat als deze die er voor de beschadiging aanwezig was.

Onvermijdbare schade (natuurtoets)Onvermijdbare schade is schade die men hoe dan ook zal veroorzaken, op welke wijze men de activiteit ook uitvoert.

Onvermijdbare schade is de schade die men hoe dan ook zal veroorzaken, op welke wijze men de activiteit ook uitvoert.

Openbaar onderzoekEen openbaar onderzoek zorgt ervoor dat iedereen weet dat op een perceel een vergunningsaanvraag werd ingediend en/of een vergunning verleend werd.

Bij sommige vergunningsaanvragen dient een openbaar onderzoek te gebeuren. Een openbaar onderzoek betekent dat een gele affiche uitgehangen wordt aan het perceel waarop de aanvraag tot vergunning en/of de beslissing tot het verlenen van een vergunning vermeld wordt. Op die manier weet iedereen dat op het perceel een vergunningsaanvraag werd ingediend en/of een vergunning verleend werd. Een openbaar onderzoek duurt 30 dagen. Tijdens die 30 dagen kan het dossier door iedereen worden ingekeken en kunnen standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend worden bij de gemeente.

P9 begrippen

Para-agrarische bedrijvenPara-agrarische bedrijven zijn die ondernemingen waarvan de activiteit onmiddellijk bij de landbouw aansluit en erop afgestemd is.

Para-agrarische bedrijven zijn die ondernemingen waarvan de activiteit onmiddellijk bij de landbouw aansluit en erop afgestemd is. Voorbeelden zijn: landbouwloonwerkers; inpak-, conditionerings- en opslagbedrijven; vlasroterijen; paardenfokkerijen…

ParkgebiedenParkgebieden zijn gebieden met een sociale functie.

De parkgebieden zijn groene zones, die evenwel niet tot de groengebieden worden gerekend. De parkgebieden hebben een sociale functie. De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie vervullen.

Enkel de werken en handelingen die noodzakelijk zijn voor de openstelling, het behoud, de verfraaiing en/of aanleg van het park zijn toegelaten.

PASDe Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is een beleid van de Vlaamse overheid om de uitstoot en neerslag van stikstof te verminderen en kwetsbare natuur te beschermen.

Stikstof komt onder andere vrij door landbouw, verkeer en industrie. Wanneer te veel stikstof in natuurgebieden terechtkomt, kan dit schadelijk zijn voor planten, dieren en hun leefomgeving. Met de Programmatische Aanpak Stikstof wil de Vlaamse overheid die impact verminderen. Het beleid bevat maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen en bepaalt mee onder welke voorwaarden bedrijven een omgevingsvergunning kunnen krijgen. Vooral landbouwbedrijven en industriële ondernemingen kunnen hiermee te maken krijgen wanneer ze willen uitbreiden, veranderen of een vergunning aanvragen.

Pas-referentieDe PAS-referentie 2030 bepaalt hoeveel ammoniak een veehouderij vanaf 2031 maximaal mag uitstoten. Die grens wordt berekend op basis van de bedrijfssituatie in 2021 en de opgelegde vermindering van de uitstoot.

Om de stikstofuitstoot van veehouderijen te verminderen, legt de Vlaamse overheid bepaalde bedrijven een maximale ammoniakuitstoot op. Die grens wordt de PAS-referentie 2030 genoemd. De berekening vertrekt doorgaans van het gemiddelde aantal dieren dat in 2021 op het bedrijf aanwezig was. Daarbij wordt rekening gehouden met het type dieren, de stallen en de wettelijke vermindering van de uitstoot. De PAS-referentie bepaalt hoeveel ammoniak het bedrijf na 31 december 2030 nog maximaal mag uitstoten. Om aan die grens te voldoen, kan een veehouder bijvoorbeeld investeren in technieken die minder ammoniak uitstoten, het aantal dieren verminderen of beide maatregelen combineren. De PAS-referentie is belangrijk bij het aanvragen of vernieuwen van een omgevingsvergunning.

Passende beoordelingEen passende beoordeling beschrijft en karakteriseert alle betekenisvolle effecten van een project.

Een passende beoordeling dient opgemaakt te worden voor activiteiten, plannen of programma’s die een betekenisvolle aantasting kunnen veroorzaken aan de natuurlijke elementen van een speciale beschermingszone. In het bijzonder moeten de betekenisvolle effecten uitvoerig beschreven en gekarakteriseerd worden. De natuurlijke kenmerken omvatten alle elementen die nodig zijn voor de instandhouding van de soorten en habitats waarvoor het gebied is aangewezen. Link naar de relevante wetgeving: artikel 36ter natuurdecreet:

https://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1005915.html

Plan-MEREen plan-MER is een rapport waarin de mogelijke gevolgen van een plan of programma op het milieu onderzocht worden.

Een plan-MER is een rapport waarin de mogelijke gevolgen van een plan of programma op het milieu onderzocht worden. De plan-m.e.r.-plichttool kan gebruikt worden om te bepalen of er plan-m.e.r.-verplichtingen zijn voor een plan of programma. Link naar plan-m.e.r.-plichttool:

MER Screening - Plan - Screeninggerechtigheid

Planologisch attestEen planologisch attest is een attest waarmee een bedrijf dat zonevreemd is of zonevreemd wil uitbreiden, aan de overheid kan vragen of zij een planwijziging wil overwegen.

Een planologisch attest is een attest waarmee een bedrijf dat zonevreemd is of zonevreemd wil uitbreiden, aan de overheid kan vragen of zij een planwijziging wil overwegen. Het attest dat de overheid afgeeft, spreekt zich uit over het behoud en de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf en maakt duidelijk of er een planwijziging wordt opgestart of niet.

PlattelandstoerismePlattelandstoerisme is het voorzien van toeristische logies als complementaire functie bij een woning in een zonevreemde context.

Plattelandstoerisme is het voorzien van toeristische logies als complementaire functie bij een woning in een zonevreemde context. Hiervoor is een zonevreemde functiewijziging nodig naar toeristische logies. De voorwaarden hiervoor zijn:

  • De site moet gelegen zijn aan een voldoende uitgeruste weg.
  • Het gebouw moet bouwfysisch geschikt zijn voor de toeristische logies.
  • Er mogen maximaal 8 verblijfsgelegenheden zijn.
  • Er moet een voorafgaand advies zijn van toerisme Vlaanderen.
Project-m.e.r.-screeningEen project-m.e.r.-screening is een eenvoudig onderzoek dat nagaat of een project mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken.

Een project-m.e.r.-screening is een eenvoudig onderzoek dat nagaat of een project mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken. Kunnen zulke effecten niet uitgesloten worden, dan moet een volledig project-MER worden opgemaakt. De screening maakt deel uit van de vergunningsaanvraag en de resultaten worden meegenomen in de besluitvorming over deze vergunning.

R9 begrippen

Raad van StateDe Raad van State is het hoogste administratief rechtscollege in België en treedt op als cassatierechter voor arresten van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

De Raad van State bestaat uit twee afdelingen: de afdeling Wetgeving en de afdeling Bestuursrechtspraak. Die laatste afdeling treedt op als cassatierechter voor andere administratieve rechtscolleges en kan bijgevolg arresten van de Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigen.

Raad voor VergunningsbetwistingenDe Raad voor Vergunningsbetwistingen is een rechtscollege dat beroepen behandelt over stedenbouwkundige vergunningen, verkavelingsvergunningen, omgevingsvergunningen, registratiebeslissingen en onteigeningen.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) is een onafhankelijk Vlaams bestuursrechtscollege dat beroepen behandelt over:

  • Stedenbouwkundige vergunningen of verkavelingsvergunningen die in Vlaanderen verleend of geweigerd zijn
  • Omgevingsvergunningen
  • Registratiebeslissingen
  • Onteigeningen
RecreatiegebiedDe recreatiegebieden zijn bedoeld voor recreatie en toeristische accommodatie.

De recreatiegebieden zijn bedoeld voor recreatie en toeristische accommodatie. Er dient verplicht een openbaar en recreatief karakter aanwezig te zijn in deze gebieden. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen verblijfsrecreatie en dagrecreatie. Onder verblijfsrecreatie wordt begrepen: vakantiechalets, hotels, bed and breakfast, gebouwen voor jeugdkampen… Bij dagrecreatie gaat het om gebouwen met een recreatieve functie zonder dat er overnacht wordt. Een aantal voorbeelden zijn: sporthal, bowlinghal, gebouw voor paintballen, kantine en kleedruimte voor een voetbalploeg…

ReliëfwijzigingEen reliëfwijziging betekent dat het reliëf van de bodem aanmerkelijk gewijzigd wordt.

Een reliëfwijziging betekent dat het reliëf van de bodem aanmerkelijk gewijzigd wordt, door bijvoorbeeld de bodem aan te vullen, op te hogen, uit te graven of uit te diepen, waarbij de aard of de functie van het terrein wijzigt. Een reliëfwijziging is vergunningsplichtig. Link naar de relevante wetgeving; artikel 4.2.1, 4° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

RioleringstoetsDe rioleringstoets is een instrument dat de aanvragers van een stedenbouwkundig project verplicht voldoende aandacht te beseteden aan het beheer van afval- en hemelwater.

De rioleringstoets is een instrument dat de aanvragers van een stedenbouwkundig project verplicht voldoende aandacht te besteden aan het beheer van afval- en hemelwater. Afhankelijk van in welk gebied een project gelegen is, gelden andere voorwaarden.

  • Een omgevingsvergunning voor het bouwen of herbouwen van een gebouw dat huishoudelijk afvalwater loost, kan in individueel te optimaliseren buitengebied of buiten de gebieden voorzien op het zoneringsplan alleen worden verleend als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

o Het huishoudelijk afvalwater komt terecht in een en riolering die is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. o De individuele of collectieve installatie voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater is opgenomen in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, als een aansluiting op de riolering niet mogelijk is. o Als niet voldaan is aan de vorige punten, legt de aanvrager een individuele of collectieve installatie voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater aan, ongeacht of deze nadien aan de instantie bevoegd voor de sanering van het afvalwater wordt overgedragen.

  • Een omgevingsvergunning voor het bouwen of herbouwen van een gebouw dat huishoudelijk afvalwater loost, kan in het collectief nog te optimaliseren buitengebied, alleen worden verleend als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

o het huishoudelijk afvalwater komt terecht in een riolering die is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie; o de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting bevestigt dat de aanbesteding van een riolering die is aangesloten op een operationele openbare waterzuiveringsinstallatie, binnen de zes jaar gepland is en dat daarbij haar doelstellingen, overeenkomstig een meerjarenplan dat is opgemaakt ter uitvoering van de saneringsverplichting, vermeld in artikel 2.3.5, §1, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, niet in het gedrang komen. De aanvrager legt in dat geval een septische put aan en sluit het afvalwater hierop aan; o de individuele of collectieve installatie voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater is opgenomen in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden als een aansluiting als vermeld in de vorige punten niet mogelijk is; o de aanvrager legt een septische put aan en sluit het afvalwater hierop aan, als de aanvraag betrekking heeft op het bouwen en herbouwen van gebouwen met maximaal negen woongelegenheden; o als niet voldaan is aan de vorige punten, legt de aanvrager een individuele of collectieve installatie voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater aan, ongeacht of deze nadien aan de instantie bevoegd voor de sanering van het afvalwater wordt overgedragen.

  • Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan alleen worden verleend als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

o de aanvraag tot het verkavelen van gronden omvat de noodzakelijke handelingen voor de aanleg van riolering binnen het project, die wordt aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie of waarbij de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting bevestigt dat de aanbesteding van een riolering die is aangesloten op een operationele openbare waterzuiveringsinstallatie, binnen de zes jaar gepland is en dat daarbij haar doelstellingen, overeenkomstig een meerjarenplan dat is opgemaakt ter uitvoering van de saneringsverplichting, vermeld in artikel 2.3.5, §1, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal water- beleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, niet in het gedrang komen; o de aanvrager legt collectieve of individuele installatie(s) voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater aan waarop de nieuw op te richten gebouwen binnen de verkaveling aangesloten worden, ongeacht of deze installatie nadien aan de instantie bevoegd voor de sanering van het afvalwater wordt overgedragen, als een aansluiting als vermeld in punt 1° niet mogelijk is; o als het een verkaveling met maximaal één bijkomende bouwkavel betreft, gelegen in het collectief nog te optimaliseren buitengebied, legt de vergunning de aanleg van een septische put op waarop het afvalwater wordt aangesloten; o als de aanvraag niet de handelingen, vermeld in punt 1° tot en met 3° bevat, worden in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden de nodige voorwaarden of lasten opgelegd opdat het huishoudelijk afvalwater van de nieuw op te richten gebouwen binnen de verkaveling terechtkomt in een riolering als vermeld in punt 1°, of aangesloten wordt op collectieve of individuele installatie(s) als vermeld in punt 2°, ongeacht of deze installatie nadien aan de instantie bevoegd voor de sanering van het afvalwater wordt overgedragen.

RooilijnDe rooilijn is de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen. De rooilijn wordt vastgesteld in een rooilijnplan.

De rooilijn is de grens tussen de openbare weg en de aangrenzende private eigendommen. Ze geeft aan waar het openbaar domein begint of eindigt, of waar die grens in de toekomst zal liggen. De rooilijn wordt vastgelegd in een rooilijnplan en is belangrijk bij het bouwen, verbouwen of inrichten van een perceel langs een openbare weg. Een rooilijn kan bijvoorbeeld bepalen waar een voortuin, afsluiting of gebouw mag komen. Soms wordt een toekomstige rooilijn vastgelegd omdat de overheid plannen heeft om een weg of voetpad te verbreden. In dat geval kan de rooilijn verder op het private perceel liggen dan de huidige grens van de openbare weg. De rooilijn is niet hetzelfde als de bouwlijn. De rooilijn bepaalt de grens van de openbare weg, terwijl de bouwlijn aangeeft vanaf waar gebouwd mag worden. Beide lijnen kunnen samenvallen, maar dat hoeft niet.

Ruimtelijk kwetsbaar gebiedRuimtelijk kwetsbare gebieden zijn gebieden waarin de mogelijkheden veel beperkter zijn dan in andere gebieden.

De ruimtelijk kwetsbare gebieden zijn:

  • agrarische gebieden met ecologisch belang
  • agrarische gebieden met ecologische waarde
  • bosgebieden
  • brongebieden
  • groengebieden
  • natuurgebieden
  • natuurgebieden met wetenschappelijke waarde
  • natuurontwikkelingsgebieden
  • natuurreservaten
  • overstromingsgebieden
  • parkgebieden
  • valleigebieden
  • bos
  • parkgebied
  • reservaat en natuur
  • het Vlaams Ecologisch Netwerk, bestaande uit de gebiedscategorieën Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
  • de beschermde duingebieden en de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, aangeduid krachtens artikel 52, § 1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud

De mogelijkheden in deze gebieden zijn beperkter dan in andere gebieden.

Ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)Een ruimtelijk uitvoeringsplan is een plan dat bepaalt hoe een deel van het gewestelijke, provinciale of gemeentelijek grondgebied gebruikt mag worden.

Een ruimtelijk uitvoeringsplan is een plan dat bepaalt hoe een deel van het gewestelijke, provinciale of gemeentelijke grondgebied gebruikt mag worden. Een RUP bevat bestemmingscategorieën en stedenbouwkundige voorschriften. Een RUP kan bestaan op gewestelijk niveau, op provinciaal niveau of op gemeentelijk niveau. Bij een RUP is een grafisch plan opgenomen dat aanduid op welke percelen het RUP van toepassing is. Voor de betrokken percelen bepaalt het RUP:

  • welke activiteiten er mogen plaatsvinden;
  • waar er al dan niet gebouwd mag worden en aan welke stedenbouwkundige voorschriften huizen en constructies in een bepaalde zone moeten voldoen;
  • hoe een bepaald gebied ingericht en beheerd moet worden.
Ruimtelijke structuurplannenRuimtelijke structuurplannen zijn abstracte plannen die bepalen hoe de toekomst van een gebied eruit moet zien.

Ruimtelijke structuurplannen leggen de grote lijnen vast, ze doen, in tegenstelling tot een ruimtelijk uitvoeringsplan, geen uitspraak over concrete percelen, of over het afleveren van concrete vergunningen. Ruimtelijke structuurplannen worden opgemaakt door het gewest, door de provincie of door de gemeenten. Ruimtelijke structuurplannen zijn meer abstract en bepalen hoe de toekomst eruit moet zien: hoeveel ruimte moet er zijn voor woningen, voor bedrijven, voor landbouw, voor natuur… en waar moeten deze gebieden voorzien worden.

S8 begrippen

SaucissonerenSaucissoneren betekend het doelmatig opslitsen ven één groot project in kleinere projecten om zo strengere verplichtingen te ontlopen.

Saucissoneren is het doelbewust opslitsen van een omgevingsaanvraag of infrastructuursproject in kleinere aanvragen om zo aan bepaalde verplichtingen te ontkomen die pas van toepassing zijn vanaf een bepaalde grootorde aan ingrepen.

SchuilhokEen schuilhok is een eenvoudige constructie dat louter dient om dieren te laten schuilen tegen bepaalde weersomstandigheden.

Een schuilhok is een eenvoudige constructie waarin een of weer weidedieren tijdelijk kunnen verblijven. Het plaatsen van een schuilhok is vrijgesteld van vergunnning. Schuilhokken mogen maximaal een hoogte hebben van 3 meter. De totale oppervlakte per aaneengesloten groep van percelen in één eigendom is beperkt tot 80 m². Als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op de weide, wordt het schuilhok, dat na 1 januari 2026 met toepassing van de vrijstelling wordt geplaatst, verwijderd. Link naar de relevante wetgeving: artikel 5.1, 3° Vrijstellingenbesluit.

Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van [stedenbouwkundige] handelingen waarvoor geen [omgevingsvergunning] nodig is

SloopopvolgingsplanHet sloopopvolgingsplan (SOP) omvat de identificatie van de werf en alle afvalstoffen die zullen vrijkomen tijdens de sloop of ontmanteling.

Het sloopopvolgingsplan (SOP) omvat de identificatie van de werf en alle afvalstoffen die zullen vrijkomen tijdens de sloop of ontmanteling. Een SOP is verplicht wanneer:

  • de te slopen bebouwing een andere functie had dan wonen en een bouwvolume van > 1000 m³ betreft;
  • de te slopen bebouwing een hoofdzakelijk residentiële functie had en een bouwvolume van > 5000 m³ betreft;
  • er infrastructuurwerken of onderhoudswerken plaatsvinden aan een infrastructuur met een volume groter dan 250 m³.
StabiliteitswerkenStabiliteitswerken zijn werken die betrekking hebben op de constructieve elementen van een constructie.

Stabiliteitswerken zijn werken die betrekking hebben op de constructieve elementen van een constructie, zoals :

  • het vervangen van dakgebintes of dragende balken van het dak, met uitzondering van plaatselijke herstellingen,
  • het geheel of gedeeltelijk herbouwen of vervangen van buitenmuren of dragende binnenmuren, zelfs met recuperatie van de bestaande stenen.

Dit is terug te vinden in artikel 4.1.1, 11° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

Stedenbouwkundig attestEen stedenbouwkundig attest geeft op basis van een plan aan of een overwogen project voor stedenbouwkundige handelingen, of voor het verkavelen van gronden, in redelijkheid de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en de goede ruimtelijke ordening zal doorstaan.

Een stedenbouwkundig attest geeft op basis van een plan aan of een overwogen project voor stedenbouwkundige handelingen, of voor het verkavelen van gronden, in redelijkheid de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en de goede ruimtelijke ordening zal kunnen doorstaan. Het kan niet leiden tot een vrijstelling van een vergunningsaanvraag.

De bevindingen van een stedenbouwkundig attest kunnen bij het beslissende onderzoek over een aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden niet worden gewijzigd of tegengesproken, als:

  • In de periode waarin het stedenbouwkundig attest geldt, is er geen sprake van substantiële wijzigingen van het betrokken terrein of wijzigingen van de stedenbouwkundige voorschriften, of de eventuele verkavelingsvoorschriften.
  • De verplicht in te winnen adviezen of de tijdens het eventuele openbaar onderzoek ingediende standpunten, opmerkingen en bezwaren geen feiten of overwegingen aan het licht brengen waarmee bij de opmaak van het stedenbouwkundig attest geen rekening is gehouden;
  • Het stedenbouwkundig attest is niet aangetast door materiële fouten.

Een stedenbouwkundig attest blijft geldig gedurende 2 jaar vanaf het ogenblik van de uitreiking ervan.

De regelgeving rond een stedenbouwkundig attest is terug te vinden in artikel 5.3.1 VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

Stedenbouwkundige voorschriftenStedenbouwkundige voorschriften zijn voorschriften die gelden op het gehele grondgebied van de gemeente, provincie of het gewest dat de verordening waarin de voorschriften zijn opgenomen afvaardigt.

Stedenbouwkundige voorschriften zijn voorschriften die gelden op het gehele grondgebied van de gemeente, provincie of het gewest dat de verordening waarin de voorschriften zijn opgenomen afvaardigt. Stedenbouwkundige voorschriften kunnen eigendomsbeperkingen inhouden, met inbegrip van een bouwverbod. Stedenbouwkundige voorschriften kunnen ook modaliteiten voorschrijven die bij de inrichting van het gebied in acht moeten worden genomen.

StofmodelleringEen stofmodellering toetst de impact van de stof, geproduceerd op een bedrijf, af ten opzichte van de omliggende woningen.

Een stofmodellering toetst de impact van de stof, geproduceerd op een bedrijf, af ten opzichte van de omliggende woningen. In de landbouw zorgt elke diersoort voor de vorming van een bepaalde hoeveelheid stof. Dit is tevens afhankelijk van de huisvestingssystemen van de dieren. Aan de hand van verschillende parameters kan een stofmodellering gebeuren. Hiermee kan gesimuleerd worden in hoeverre het stof zal neerslaan en of er eventueel milderende maatregelen raadzaam zijn.

StofstudieEen stofstudie onderzoekt hoeveel stof een bedrijf of activiteit uitstoot, welke gevolgen dit kan hebben voor de omgeving en hoe de stofuitstoot beperkt kan worden.

Bij bepaalde bedrijfsactiviteiten kan stof vrijkomen. Denk bijvoorbeeld aan het opslaan of verplaatsen van grondstoffen, transportbewegingen of industriële productieprocessen. Een stofstudie brengt in kaart waar en hoeveel stof vrijkomt en welke impact dit kan hebben op de luchtkwaliteit en de omgeving. Daarbij kan zowel grover stof als fijnstof onderzocht worden. Op basis van de resultaten kunnen maatregelen voorgesteld worden om de stofuitstoot te beperken, zoals het afdekken van materialen, het bevochtigen van terreinen of het aanpassen van werkprocessen. Een stofstudie kan deel uitmaken van een omgevingsvergunningsaanvraag of gebruikt worden om bestaande stofhinder te onderzoeken.

U1 begrip

UitrijregelingDe uitrijregeling bepaalt wanneer en onder welke voorwaarden landbouwers meststoffen op hun velden mogen verspreiden. Zo wordt voorkomen dat te veel voedingsstoffen in het grond- en oppervlaktewater terechtkomen.

Landbouwers gebruiken meststoffen om hun gewassen te laten groeien. Maar wanneer mest op het verkeerde moment wordt uitgereden, kunnen voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor in het grond- of oppervlaktewater terechtkomen. Daarom legt de Vlaamse overheid regels op voor het gebruik van meststoffen. De uitrijregeling bepaalt in welke periodes landbouwers mest mogen verspreiden en welke voorwaarden daarbij gelden. De regels verschillen naargelang het soort meststof, de teelt en de bodem. Ook de weersomstandigheden spelen een rol. Zo mag er bijvoorbeeld geen mest worden uitgereden op bevroren of overstroomde grond. De uitrijregeling helpt landbouwers om hun gewassen op een verantwoorde manier te bemesten en tegelijk de waterkwaliteit en het milieu te beschermen.

V16 begrippen

Vastgesteld erfgoedVastgesteld erfgoed zijn de gebouwen die opgenomen zijn in de Vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.

Vastgesteld erfgoed zijn de gebouwen die opgenomen zijn in de Vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Volgende juridische gevolgen gelden voor vastgesteld erfgoed:

  • Een bouwheer kan een afwijking vragen van de normen voor energieprestatie en binnenklimaat als dat nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te houden
  • Woningen zijn vrijgesteld van bepaalde eisen uit de renovatieverplichting voor residentiële gebouwen die geldt sinds 1 januari 2023. Ook voor niet-residentiële gebouwen gelden er vrijstellingen, met betrekking tot dakisolatie en beglazing en het minimale energielabel
  • Zonevreemde gebouwen kunnen makkelijker een nieuwe functie krijgen
  • Er gelden uitzonderingen op het Vrijstellingenbesluit
  • Voor de sloop van de gebouwen is een omgevingsvergunning nodig. Er zal moeten gemotiveerd worden hoe de erfgoedwaarden in acht werden genomen.
VegetatiewijzigingenEen vegetatiewijziging is het wijzigen van de vegetatie of kleine landschapselementen. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig.

Bij het wijzigen van vegetaties of kleine landschapselementen, is er een omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen nodig. Onder vegetaties wordt begrepen: natuurlijke en halfnatuurlijke begroeiingen met alle spontaan gevestigde kruid-, struweel- en bosbegroeiingen. Onder kleine landschapselementen wordt begrepen: bermen, bomen, knotbomen, bomenrijen, bronnen, dijken, graften, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelsrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen. Bij bijvoorbeeld het vellen van een boom dient dus een omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen aangevraagd te worden.

VeiligheidscoördinatorHet is de taak van een veiligheidscoördinator om op bouwplaatsen de veiligheid en de gezondheid van alle tussenkomende partijen te coördineren.

Praktisch zijn er twee grote onderdelen te onderscheiden: Het uitoefenen van de veiligheidscoördinatie gedurende het ontwerp en het uitoefenen van de veiligheidscoördinatie gedurende de verwezenlijking.

De opdracht gedurende het ontwerp betreft eerder een administratieve aangelegenheid. Naast het analyseren van het ontwerp op veiligheids- en gezondheidsaspecten moet hij onder meer de aanbiedende partijen screenen op hun voorzieningen met betrekking tot veiligheid en gezondheid.

De opdracht gedurende de uitvoeringsfase bevat onder meer een periodiek bezoek aan de bouwplaats.

VEN gebiedDe VEN-gebieden zijn een selectie van de waardevolste en gevoeligste natuurgebieden in Vlaanderen.

Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) is een selectie van de waardevolste en gevoeligste natuurgebieden in Vlaanderen. VEN-gebieden zijn ruimtelijk kwetsbare gebieden.

De principes voor de bescherming van de natuurwaarden binnen het VEN zijn:

  • Bemesting kan en mag volgens hetgeen is vastgelegd in het Mestdecreet
  • Bestrijdingsmiddelen mogen enkel ingezet worden indien ontheffing op het bemestingsverbod is gegeven vanuit het Mestdecreet
  • Het bestaande landschap krijgt extra bescherming. Het omvormen van akkerranden, bermen, bomenrijen… die mee het landschap vorm geven is niet mogelijk
  • Vegetaties en kleine landschapselementen mogen niet gewijzigd worden. Dat betekent dat bijvoorbeeld dat duinen, heiden, moerassen, vennen, poelen, holle wegen en bronnen beschermd zijn. Ook de historisch permanente graslanden mogen niet worden omgezet.
  • Het planten van niet-inheemse soorten mag enkel in een aantal gevallen.
  • Er is een duurzaam beheer van alle bossen. De opmaak van natuurbeheerplannen wordt daarvoor gestimuleerd.
  • De waterhuishouding dient behouden te worden zoals ze nu is. Bestaande drainage en irrigatie mogen lijven en onderhouden worden. Wijzigingen aan de waterhuishouding zoals het aanleggen van nieuwe drainages, rechttrekken van waterlopen… zijn verboden.

Bij aanvragen tot vergunningen in VEN-gebieden is de opmaak van een verscherpte natuurtoets verplicht.

VerbouwenVerbouwen betekent het doorvoeren van aanpassingswerken binnen het bestaande bouwvolume van een constructie waarvan de buitenmuren voor ten minste 60% behouden wordt.

Verbouwen is binnen het omgevingsrecht aanpassingswerken doorvoeren binnen het bestaande bouwvolume van een constructie waarvan de buitenmuren voor ten minste 60% behouden worden. Het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van een woning tot een maximum van 26 cm wordt beschouwd als aanpassingswerken binnen het bestaande bouwvolume. Opgelet: deze definitie is niet hetzelfde binnen het fiscale recht.

Link naar de relevante wetgeving: artikel 4.1.1, 12° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]

Vergunningverlenende overheidDe vergunningverlenende overheid is de overheid die de beslissing zal nemen over de aangevraagde vergunning.

De vergunningverlenende overheid is de overheid die de beslissing zal nemen over de aangevraagde vergunning. Naargelang het geval is dit de Vlaamse overheid, de provincie of de gemeente/stad. De Vlaamse overheid is bevoegd voor:

  • Vlaamse projecten uit de Vlaamse lijst (bijlage 1 bij het Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten ter uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning).
  • Projecten in 2 of meer Vlaamse provincies.

De provincie is bevoegd voor:

  • Provinciale projecten uit de Provinciale lijst (bijlage 2 bij het Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten ter uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning).
  • Projecten in 2 of meer gemeenten
  • Klasse 1 inrichtingen

Voor alle andere projecten is de gemeente of stad bevoegd.

Vlaamse Codex > Zoeken > Document)

VerhardingVerharding is ieder element dat wordt aangebracht op de grond waarbij het onderliggende ecosysteem verloren kan gaan.

Verharding is ieder element dat wordt aangebracht op de grond waarbij het onderliggende ecosysteem verloren kan gaan. Dit varieert dus van zowel betonverharding, asfalt en klinkers, naar grind, grasdallen, kunstgras en boomschors. Elke soort verharding is vergunningsplichtig. Dit ongeacht of de verharding waterdoorlatend is of niet.

VerkavelenVerkavelen is een grond vrijwillig verdelen in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.

Verkavelen is een grond vrijwillig verdelen in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies. Dit is terug te vinden in artikel 4.1.1, 14° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"

VerkrotVerkrot zijn betekent dat de constructie niet meer voldoet aan de elementaire eisen van stabiliteit.

Verkrot zijn betekent dat de constructie niet meer voldoet aan de elementaire eisen van stabiliteit. Wanneer de muren bijvoorbeeld ondersteund moeten worden of het dak verdwenen is, is een gebouw duidelijk verkrot. Dit is terug te vinden in artikel 4.1.1, 15° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"

Vermijdbare schade (natuurtoets)Vermijdbare schade is schade die vermeden kan worden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren (bv. met andere materialen, op een andere plaats…).

Vermijdbare schade is schade die vermeden kan worden door de activiteit op een andere wijze uit te voeren (bv. met andere materialen, op een andere plaats…). Vermijdbare schade is overal in Vlaanderen verboden. Projecten die onvermijdbare schade veroorzaken die herstelbaar is, zijn wel toegelaten.

Vermoeden van vergunningVermoeden van vergunning betekent dat constructies vergund geacht zijn. Er dient voor deze constructies dus niet meer aangetoond te worden dat er een vergunning gekend is.

Voor constructies die dateren van voor de inwerkingtreding van het gewestplan, speelt het vermoeden van vergunning. Dit wordt ook wel het Praetoriaans vermoeden genoemd. Het vermoeden van vergunning betekent dat de constructies vergund geacht zijn. Er dient voor deze gebouwen dus niet meer aangetoond te worden dat er een vergunning gekend is. Het vermoeden van vergunning kan aangetoond worden door bijvoorbeeld oude luchtfoto’s van voor de inwerkingtreding van het gewestplan. Dit is terug te vinden in artikel 4.2.14 VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"

Verscherpte natuurtoetsMet een verscherpte natuurtoets wordt nagegaan of een activiteit onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken.

Als het project gelegen is in een VEN-gebied dient een verscherpte natuurtoets uitgevoerd te worden. Met een verscherpte natuurtoets wordt nagegaan of een activiteit onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken.

VogelrichtlijngebiedVogelrichtlijngebieden zijn gebieden door de Europese Unie afgebakend en hebben tot doel om de in het wild levende vogels, hun eieren, nesten en hun leefgebieden te beschermen.

De vogelrichtlijngebieden zijn door de Europese Unie afgebakend en hebben tot doel om de in het wild levende vogels, hun eieren, nesten en hun leefgebieden te beschermen. Bij een vergunningsaanvraag in Vogelrichtlijngebied dient een passende beoordeling opgemaakt te worden.

Voldoende uitgeruste wegEen voldoende uitgeruste weg is een weg die met duurzame materialen verhard is en voorzien is van een elektriciteitsnet.

Een voldoende uitgeruste weg is een weg die met duurzame materialen verhard is en voorzien is van een elektriciteitsnet. Een voldoende uitgeruste weg voldoet ook aan de uitrustingsvoorwaarden die gesteld worden in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

VoortuinDe voortuin is het gedeelte van het goed dat voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw ligt.

De voortuin is het gedeelte van het goed dat voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw ligt. Met voorgevel wordt bedoeld elke gevel gericht op de voorliggende weg, met uitzondering van garagewegen of voetwegen. Een goed kan op meer dan één plaats aan de voorliggende weg grenzen. Een woning op een hoekperceel zal dus twee voorgevels en twee voortuinen hebben.

VrijstellingsbesluitHet Vrijstellingsbesluit bepaalt voor welke stedenbouwkundige handelingen geen omgevingsvergunning moet worden aangevraagd.

Het Vrijstellingsbesluit bepaalt onder meer dat geen vergunning vereist is voor het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 cm; de plaatsing van niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin met een maximum van 80 m² en de plaatsing in de voortuin van strikt noodzakelijke toegang tot en oprit naar het gebouw.

W4 begrippen

WadiEen wadi is een infiltratiekom met een infiltratiekoffer dat dient als infiltratievoorziening voor de afwatering van wegenis, verharde oppervlaktes en daken bij groepswoningbouw en bij eengezinswoningen.

Wadi is een afkorting voor Water Afvoer Drainage Infiltratie. Een wadi is een infiltratiekom met een infiltratiekoffer en eventueel een verdeelbuis in de bodem. De toplaag van de wadi bestaat uit een zandbed verrijkt met organisch materiaal. De wadi kan zowel beplant worden als uit gras bestaan.

Een wadi is geschikt als infiltratievoorziening voor de afwatering van wegenis, verharde oppervlaktes en daken bij groepswoningbouw, maar is ook heel geschikt bij eengezinswoningen.

Het bovengrondse deel van een wadi is doorgaans niet dieper dan 50 cm. Extra toelichting hieromtrent is terug te vinden in het technisch achtergronddocument bij de Hemelwaterverordening:

technisch-document-gsv-2023_v1-2.pdf

Waterdoorlatende verhardingWaterdoorlatende verharding is verharding waarbij het hemelwater kan infiltreren in de bodem.

Waterdoorlatende verharding is verharding waarbij het hemelwater kan infiltreren in de bodem. Ook waterdoorlatende verharding is vergunningsplichtig.

WoongebiedWoongebieden zijn bestemd voor residentieel wonen, handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf.

De hoofdfunctie van een woongebied is residentieel wonen. In woongebied kan ook voorzien worden in handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf.

Woongebied met landelijk karakterWoongebieden met landelijk karakter zijn gebieden waarin zowel wonen als landbouw hoofdfuncties zijn, die op gelijke voet staan.

Onder woongebieden met landelijk karakter wordt verstaan de landelijke dorpen, de landelijke gehuchten en de bestaande en af te werken lintbebouwing. Woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven. Zowel bewoning als landbouw zijn de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Ook zijn handel, dienstverlening, kleinbedrijf, ambacht en para-agrarische activiteiten toegelaten, voor zover zij niet wegens de taken van bedrijf die zij uitvoeren moeten worden afgezonderd in een daartoe aangewezen gebied. Er dient dan ook steeds te worden onderzocht of zij niet van aard zijn dat de woon- of landbouwfunctie verstoord wordt.

Z5 begrippen

Zone-eigenZone-eigen betekent dat de functie die wordt uitgeoefend overeenstemt met de functies die volgens de gewestplanbestemming zijn toegelaten.

Zone-eigen betekent dat de functie die wordt uitgeoefend overeenstemt met de functies die volgens de gewestplanbestemming zijn toegelaten. Voorbeelden hiervan zijn landbouw in agrarisch gebied, loonwerkactiviteiten in agrarisch gebied, wonen in woongebied, handel in woongebied en een industrieel bedrijf in industriegebied.

Zonering (afvalwater)Zonering is de indeling van het grondgebied in verschillende zones om te bepalen hoe huishoudelijk afvalwater moet worden gezuiverd.

Zonering is de indeling van het grondgebied in verschillende zones om te bepalen hoe huishoudelijk afvalwater moet worden gezuiverd en of een aansluiting op de riolering dan wel de plaatsing van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) noodzakelijk is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

Centraal gebied: het afvalwater wordt via de riolering afgevoerd naar een collectieve waterzuiveringsinstallatie. Collectief te optimaliseren buitengebied: aansluiting op een bestaande of toekomstige riolering is voorzien. Individueel te optimaliseren buitengebied (ITO): een individuele behandeling van het afvalwater via een IBA is vereist. Collectief geoptimaliseerd buitengebied: het gebied is reeds aangesloten op collectieve zuivering.

De zonering bepaalt dus welke saneringsplicht geldt voor een perceel en of de eigenaar al dan niet een IBA moet plaatsen.

ZonevreemdZonevreemd betekent dat de functie die je uitoefent niet beantwoordt aan de functie van het gebied.

Zonevreemd betekent dat de functie die je uitoefent niet beantwoordt aan de functie van het gebied. Voorbeelden hiervan zijn: wonen in agrarisch gebied, wonen in parkgebied, landbouw in industriegebied…

Zonevreemde functiewijzigingEen zonevreemde functiewijziging betekent dat de functie wordt gewijzigd naar een functie die niet past binnen de voorschriften van het gewestplan.

Een zonevreemde functiewijziging betekent dat de functie wordt gewijzigd naar een functie die niet past binnen de voorschriften van het gewestplan. De mogelijke zonevreemde functiewijzigingen zijn opgenomen in het Besluit Zonevreemde Functiewijzigingen en zijn de volgende:

  • Kantoor, dienstverlening of vrij beroep, als complementaire functie;
  • Toeristische logies als complementaire functie;
  • Niet-landbouw of tuingebouw naar woning;
  • Industriegebied naar kantoorfunctie;
  • Industriegebied naar recreatie;
  • Land- en tuinbouw naar opslag van materialen;
  • Land- en tuinbouw naar allerhande;
  • Onroerend erfgoed naar eender welke functie;
  • Landbouw naar wonen.

Voor een zonevreemde functiewijziging dienen verschillende voorwaarden voldaan te worden. Deze zijn opgenomen in artikel 4,4,23 VCRO.

ZorgwoningEen zorgwoning is een kleinere woongelegenheid in of bij een bestaande woning zodat maximaal twee oudere of hulpbehoevende personen kunnen inwonen.

Een zorgwoning is een kleinere woongelegenheid in of bij een bestaande woning zodat maximaal twee oudere of hulpbehoevende personen kunnen inwonen. Om een zorgwoning te creëren dienen drie voorwaarden voldaan te zijn:

  • De woning waarin de zorgwoning gecreëerd wordt, moet hoofdzakelijk vergund zijn;
  • De huisvesting wordt gecreëerd met het oog op:

De huisvesting van maximaal 2 personen, waarvan minstens 1 persoon 65 jaar is of ouder De huisvesting van maximaal 2 personen, waarvan minstens 1 persoon zorgbehoevend is De huisvesting van een zorgverlener, indien de hulpbehoevende personen gehuisvest blijven in de hoofdwoning

  • De eigendom, of ten minste de blote eigendom, op enerzijds de hoofdwooneenheid en anderzijds de ondergeschikte wooneenheid, of op grond waarop die ondergeschikte wooneenheid tijdelijk wordt geplaatst, berust bij dezelfde titularis of titularissen.

Dit is terug te vinden in artikel 4.1.1, 18° VCRO:

Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"]