Toekomstgerichte pluimveestal voor jonge landbouwer Ruben Claesen

Expertises

  • Omgevingsvergunning Bouwluik
  • Omgevingsvergunning Milieuluik

Toen Ruben Claesen het pluimveebedrijf van zijn grootvader overnam, stonden op de site twee oudere traditionele stallen met een vergunning voor 18.000 vleeskippen en een oude landbouwloods. Om het bedrijf klaar te maken voor de toekomst, koos Ruben voor een grondige vernieuwing. De bestaande gebouwen maakten plaats voor een moderne emissiearme pluimveestal voor 21.000 vleeskippen en een nieuwe landbouwloods.

DLV begeleidde het project van de vergunningsaanvraag en de nodige milieu- en natuurstudies tot de aanvraag van VLIF-steun. Voor de opmeting van de bestaande toestand werd een beroep gedaan op IJKPUNT landmeters.

Van verouderde stallen naar een moderne nieuwbouw

De bestaande pluimveestallen en landbouwloods werden gesloopt. In de plaats kwam één nieuwe stal met plaats voor 21.000 vleeskippen. Daarnaast werd een vergunning verkregen voor de bouw van een nieuwe landbouwloods.

De nieuwe pluimveestal werd uitgerust met emissiearm systeem P-6.4, warmtewisselaars en een stofbak. De warmtewisselaar beschikt bovendien over centrale verwarming. Daardoor is er geen open vuur nodig in de stal, wat het brandrisico verlaagt en tegelijk voor een efficiënte verwarming zorgt.

Met de nieuwe stal beschikt Ruben zo over een moderne infrastructuur waarmee hij zijn pluimveebedrijf verder kan uitbouwen.

Vergunning met aandacht voor geur, stof, natuur en stikstof

Een dergelijke uitbreiding vraagt om een grondige voorbereiding van het vergunningstraject. DLV stond in voor de vergunningsaanvraag en voerde daarbij verschillende noodzakelijke onderzoeken uit.

Zo werden onder meer een geur- en stofstudie, een passende beoordeling en een verscherpte natuurtoets opgesteld. Ook het sloopopvolgingsplan maakte deel uit van het traject. IJKPUNT landmeters verzorgde de opmeting.

Tijdens de vergunningsprocedure vond bovendien een projectvergadering met de gemeente plaats. Zo konden de verschillende aspecten van het project tijdig worden besproken en meegenomen in het verdere vergunningstraject.

Bij het bepalen van de omvang van de nieuwe stal werd rekening gehouden met de geldende stikstofregels. Op basis daarvan werd een vergunning aangevraagd en verkregen voor 21.000 vleeskippen. Ruben heeft de ambitie om op termijn een tweede stal te bouwen, indien de toekomstige regelgeving en mogelijkheden op de site dat toelaten.

65% VLIF-steun voor de nieuwe AEA-stal

Als jonge actieve landbouwer kwam Ruben voor de bouw van zijn nieuwe stal in aanmerking voor VLIF-steun voor ammoniakemissiereducerende stallen. De nieuwbouw is uitgerust met een AEA-systeem dat inmiddels ook werd geattesteerd.

Daardoor komt de volledige nieuwbouw in aanmerking voor 65% VLIF-steun.

Om vooraf zekerheid te creëren over het project gingen DLV en Ruben vóór de bouw in overleg met een afvaardiging van het VLIF. Tijdens dat overleg werden de plannen en de voorgenomen nieuwbouw samen doorgenomen. Eventuele aandachtspunten konden zo nog vóór de uitvoering in het stalontwerp worden verwerkt.

DLV begeleidde vervolgens de VLIF-aanvraag en volgt het dossier samen met Ruben verder op. Nu de stal gerealiseerd is, volgt de betaalaanvraag als volgende stap.

Integrale begeleiding voor een toekomstgericht landbouwbedrijf

Met de realisatie van de nieuwe pluimveestal zette Ruben een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van het familiebedrijf. De combinatie van een emissiearme stal, efficiënte verwarming en een doordacht vergunningstraject zorgt voor een moderne bedrijfsinfrastructuur die rekening houdt met zowel de bedrijfsvoering als de geldende milieuvoorwaarden.

Van opmeting en sloopopvolging tot vergunning, milieu- en natuuronderzoek en VLIF-steun: door de verschillende expertises te combineren, konden DLV en IJKPUNT Ruben tijdens de verschillende fases van het project begeleiden.

Plannen om jouw landbouwbedrijf te vernieuwen of uit te breiden?

Een nieuwe stal of uitbreiding vraagt vandaag om meer dan een goed bouwplan. Vergunningen, emissies, natuur, financiering en subsidiemogelijkheden grijpen steeds meer op elkaar in.