Het najaar komt eraan en dat betekent dat ook de nitraatresidustaalnames opnieuw van start gaan. Landbouwers die in 2026 een nitraatresidubepaling moeten laten uitvoeren, kunnen de geselecteerde percelen terugvinden via het Mestbankloket.
Dit jaar zijn er drie belangrijke wijzigingen om rekening mee te houden: de staalnameperiode wordt verlengd, de staalnamemethode verandert en de drempelwaarden worden aangepast. Vooral de nieuwe bemonsteringsmethode kan een impact hebben op de planning. Tijdig je staalname aanvragen is daarom belangrijk.
Als landbouwer ben je zelf verantwoordelijk voor het laten bemonsteren van de geselecteerde percelen. Daarvoor doe je een beroep op een erkend laboratorium naar keuze.
De aanvraag bij het labo verloopt via het Mestbankloket, in de applicatie SNapp2-bodem.
Net zoals vorig jaar worden enkel bedrijfsevaluaties uitgevoerd. Daarbij worden meerdere percelen van het landbouwbedrijf geselecteerd voor bemonstering. Het aantal stalen is afhankelijk van de grootte van het bedrijfsareaal en het aantal teelten.
Op basis van de resultaten wordt een gewogen gemiddeld nitraatresidu berekend. Dat resultaat wordt vervolgens getoetst aan de bedrijfsdrempelwaarden.
Een eerste belangrijke wijziging in 2026 is de langere staalnameperiode. De staalnames starten zoals elk jaar op 1 oktober, maar kunnen voortaan plaatsvinden tot en met 30 november. Voorheen eindigde de staalnameperiode op 15 november.
Landbouwers krijgen daardoor meer tijd om de verplichte staalnames te laten uitvoeren.
De grootste verandering zit in de manier waarop de percelen worden bemonsterd.
De voorbije jaren nam de staalnemer 15 bemonsteringspunten per begonnen 2 hectare. Die punten werden verspreid over de twee diagonalen van het perceel gekozen.
Met MAP 7 verandert deze procedure met als doel de meetonzekerheid verder te verlagen. Vanaf 2026 wordt gewerkt met een gestratificeerde bemonstering.
Een algoritme verdeelt het perceel daarvoor in verschillende zones en bepaalt binnen elke zone een bemonsteringspunt. Per begonnen schijf van 5 hectare worden 40 zones bepaald.
Een perceel van bijvoorbeeld 5,10 hectare wordt daardoor opgedeeld in 80 zones. Elke zone krijgt één bemonsteringspunt. De staalnemer zal dit perceel dus in totaal 80 keer tot een diepte van 90 centimeter bemonsteren.
De resultaten worden berekend per deelstaal. Eén deelstaal bestaat daarbij uit 40 bemonsteringen.
Door de nieuwe werkwijze neemt de hoeveelheid werk per perceel toe. Dat kan gevolgen hebben voor de planning van de erkende labo's tijdens de staalnameperiode.
Vraag je nitraatresidustaalname daarom bij voorkeur vóór 1 oktober 2026 aan. Zo vergroot je de kans dat het labo de staalname binnen de gewenste periode kan inplannen.
Samen met de invoering van de nieuwe staalnameprocedure en de lagere meetonzekerheid worden ook de tweede drempelwaarden voor de verschillende teelten aangepast.
Het resultaat van de bedrijfsevaluatie is belangrijk, want een overschrijding van de drempelwaarden kan verschillende gevolgen hebben voor het landbouwbedrijf.
Ligt het gewogen gemiddelde nitraatresidu boven de eerste, maar onder de tweede gewogen gemiddelde drempelwaarde? Dan moet de landbouwer het volgende jaar een bemestingsplan opmaken en teeltfiches bijhouden. Vindt binnen vijf jaar een tweede overschrijding van de eerste drempelwaarde plaats, dan wordt ook begeleiding door een erkende adviesinstantie verplicht.
Bij een resultaat boven de tweede gewogen gemiddelde drempelwaarde gelden strengere maatregelen. De landbouwer moet het volgende jaar:
Wordt binnen een periode van vijf jaar tweemaal de tweede drempelwaarde overschreden, dan volgt bovendien een financiële sanctie.
De opgelegde maatregelen blijven in principe vijf jaar van toepassing, tenzij de landbouwer eerder een positieve bedrijfsevaluatie behaalt.
De vernieuwde staalnameprocedure maakt een goede voorbereiding dit najaar extra belangrijk. Controleer daarom tijdig via het Mestbankloket of er percelen van jouw bedrijf geselecteerd zijn en dien je aanvraag bij een erkend labo bij voorkeur vóór 1 oktober in.
Zo vermijd je dat de uitgebreidere staalnameprocedure voor problemen zorgt bij de planning en ben je tijdig in orde met je nitraatresidustaalname.
Bron: Vlaamse Landmaatschappij (VLM)
Niet elk landbouwbedrijf krijgt er meteen mee te maken, maar de kans groeit wel: bij een oriënterend bodemonderzoek wordt voortaan soms ook de waterbodem onderzocht. Dat is vooral relevant wanneer er op je terrein een zogenaamde risico-inrichting aanwezig is of was.
Misschien heeft u onlangs een e-mail ontvangen van de Mestbank om aan te geven of er verplichte nitraatresidustaalnames nodig zijn op een of meerdere van jouw percelen.
Sinds de start van MAP6 in 2019 wordt Vlaanderen ingedeeld in vier gebiedstypes. Op basis van de waargenomen evoluties in de waterkwaliteit zou deze verdeling elke 2 jaar worden geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.