Waterbodem ook in beeld bij bodemonderzoek: wat betekent dat voor jou?

Niet elk landbouwbedrijf krijgt er meteen mee te maken, maar de kans groeit wel: bij een oriënterend bodemonderzoek (OBO) wordt voortaan soms ook de waterbodem onderzocht. Dat is vooral relevant wanneer er op je terrein een zogenaamde risico-inrichting vergund is of was, zoals een werkplaats, een petroleumtank, opslag van zuren, ...

Wanneer komt de waterbodem in beeld?

Waar vroeger vooral de bodem en het grondwater centraal stonden, wordt nu ook gekeken naar de waterbodem en eventueel de oevers. Dat gebeurt niet automatisch, maar wel wanneer er een duidelijke link is met mogelijke verontreiniging van een waterloop.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een rechtstreekse lozing op een beek of gracht
  • percelen die grenzen aan een waterloop
  • incidenten zoals een lek of brand nabij de oever
  • activiteiten op het terrein die risico’s vormen voor het oppervlaktewater 

Met andere woorden: ligt je perceel langs een waterloop én zijn er risicofactoren aanwezig, dan kan het onderzoek verder gaan dan je misschien gewend bent.

Grotere onderzoeksscope en mogelijke impact

Voor jou als landbouwer betekent dit dat oude lozingspunten, afwateringen naar grachten en activiteiten langs waterlopen sneller worden meegenomen in het onderzoek. Daardoor kan de scope van het bodemonderzoek ruimer worden dan je misschien gewend bent. In de praktijk vertaalt zich dat in extra voorbereiding, bijkomende terreinbezoeken en controles, en mogelijk ook staalnames van de waterbodem. Dit kan bovendien een impact hebben op de doorlooptijd van je dossier.

Proactief handelen voorkomt verrassingen

De belangrijkste boodschap is duidelijk: voorkomen is beter dan genezen. Door op voorhand te laten inschatten of jouw activiteiten of lozingen een bijkomend onderzoek kunnen triggeren, vermijd je vertragingen, onverwachte kosten of aanpassingen tijdens het traject van het bodemonderzoek. Je vermijd dan ook best om ongezuiverd afvalwater rechtstreeks te lozen op oppervlaktewater.

Belangrijk nuancepunt: wanneer je bedrijfsafvalwater via de riolering wordt afgevoerd en er geen andere aanwijzingen zijn voor verontreiniging, dan geldt deze specifieke onderzoeksplicht niet aan het lozingspunt van de riolering.

Nieuwe verplichting vanaf 2026

Voor OBO-rapporten die vanaf 1 februari 2026 worden ingediend, werd deze aanpak ook formeel verplicht. Dat betekent dat de waterbodem onderzocht moet worden wanneer er op de onderzoekslocatie een risico-inrichting aanwezig is of was met een rechtstreekse lozing in een waterloop, of wanneer er andere aanwijzingen zijn voor mogelijke waterbodemverontreiniging.

Meer aandacht voor waterkwaliteit

Deze evolutie staat niet op zichzelf. De overheid zet steeds sterker in op de kwaliteit van waterbodems en volgt de toestand van Vlaamse waterlopen al op via een eigen meetnet van de VMM. Tegelijk wordt er steeds meer aandacht besteed aan nieuwe vormen van verontreiniging, zoals PFAS en andere zogenaamde ‘emerging contaminants’, medicijnresten en hormoonverstorende stoffen, microplastics en mogelijk in de toekomst ook pesticiden.

Voor landbouwers zijn deze thema’s vandaag nog niet altijd direct relevant, maar de verwachting is wel dat de aandacht hiervoor de komende jaren verder zal toenemen.

Wat betekent dit concreet voor jou?

Heb je een bedrijf met activiteiten nabij een waterloop of met mogelijke risico’s voor waterverontreiniging? Dan loont het om hier vandaag al bij stil te staan.

Een goed voorbereide analyse en een doordachte aanpak zorgen ervoor dat je:

  • beter voorbereid bent op toekomstige verplichtingen
  • minder risico loopt op vertragingen
  • en je dossier vlotter kan doorlopen 

Twijfel je of jouw situatie impact heeft op een bodemonderzoek? Dan is het verstandig om dit tijdig te laten bekijken. Zo blijf je een stap voor en kom je niet voor verrassingen te staan.

contacteer je adviseur