Nu de eerste wintergranen zijn geoogst, zetten we de belangrijkste regels rond het vervoer en het uitrijden van vloeibare dierlijke mest onder MAP 7 nog even op een rij.
Voor het vervoer van eigen vloeibare dierlijke mest naar eigen percelen in gebiedstype 2 en 3 binnen Vlaanderen gelden vanaf 1 juli specifieke regels.
Het transport moet gebeuren door een erkend mestvoerder, behalve wanneer op deze percelen:
Beschikt de landbouwer over een vrijstelling van de gebiedsgerichte maatregelen, dan is een erkend mestvoerder niet verplicht. Het transport moet in dat geval wel nog steeds geregistreerd worden via de AGR-GPS-app voor vloeibare dierlijke mest.
Voor vaste dierlijke mest en andere meststoffen zijn noch een erkend mestvoerder, noch de AGR-GPS-app verplicht.
Ook bij een burenregeling is het na 1 juli verplicht om het vervoer van vloeibare dierlijke mest naar percelen in gebiedstype 2 en 3 (uitgezonderd grasland en blijvende teelten) te laten uitvoeren door een erkend mestvoerder.
Heeft de afnemer een vrijstelling van de gebiedsgerichte maatregelen, dan vervalt deze verplichting.
De AGR-GPS-app blijft wel verplicht bij vervoer in het kader van een burenregeling naar:
Voor vaste dierlijke mest of andere meststoffen is de AGR-GPS-app in deze gevallen niet verplicht.
Na de oogst van de hoofdteelt mag vloeibare dierlijke mest nog worden uitgereden tot en met 31 juli, op voorwaarde dat uiterlijk op die datum een nateelt wordt ingezaaid.
Na een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt zijn er twee mogelijkheden:
Voor percelen op zware kleigronden geldt een afwijkende regeling. Type 2-mest mag na de oogst van de hoofdteelt nog aan de volledige dosis van 170 kg dierlijke stikstof per hectare worden uitgereden, op voorwaarde dat uiterlijk op 15 september een nateelt wordt ingezaaid.
Ook na 1 september kan nog type 2-mest worden uitgereden. In dat geval geldt echter een beperking van 100 kg werkzame stikstof per hectare en moet de nateelt binnen 14 dagen na het uitrijden worden ingezaaid.
Op percelen in gebiedstype 1, 2 en 3 die geen zware kleigrond zijn, moet na een hoofdteelt die uiterlijk op 31 augustus werd geoogst, steeds een nateelt of vanggewas volgen.
Enkele belangrijke aandachtspunten:
Wanneer uitsluitend een vanggewas wordt ingezaaid, moet dit bovendien gedurende een bepaalde periode behouden blijven:
Heb je vragen over de toepassing van MAP 7 op jouw bedrijf of twijfel je over de regels die voor jouw percelen gelden? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen je graag verder.
Contacteer ons
Bij een burenregeling wordt een overeenkomst aangemaakt tussen aanbieder en afnemer voor een bepaalde hoeveelheid. Dit wordt opgemaakt voorafgaand aan de effectieve transporten.
Tegen 2030 moet elk varkens-, pluimvee- en rundveebedrijf een bepaald ammoniakplafond respecteren, ongeacht of zij een vergunning hebben voor bepaalde of onbepaalde duur.
Begin dit jaar trad het nieuwe mestdecreet MAP 7 in voege. Dit hield een aantal belangrijke aanpassingen in zoals lagere bemestingsnormen en ruimere beschermingszones. Maar ook aan de uitrijregeling voor dierlijke mest werd verstrengd, vooral voor mest die uitgereden wordt na 1 juli.