Het huidige GLB legt de nadruk op het statuut van de actieve landbouwer. Dat statuut bepaalt wie toegang krijgt tot inkomenssteun, eco‑ en agromilieumaatregelen en VLIF-steun. Sinds 2025 is daar een belangrijke bijkomende voorwaarde bijgekomen: de manier waarop pensioen wordt meegewogen. Vooral landbouwers op leeftijd stellen zich daardoor de vraag of ze hun betalingsrechten nog kunnen behouden.
Om als actieve landbouwer erkend te worden, moet een bedrijf aan een aantal criteria voldoen. Die voorwaarden zijn niet nieuw. We zetten ze hieronder overzichtelijk op een rij.
Een landbouwer moet beschikken over een Belgisch ondernemingsnummer met een BTW registratie én een nacebelcode die effectief een landbouwactiviteit aanduidt. Die code moet gekoppeld zijn aan het ondernemingsnummer zelf, niet enkel aan een vestigingseenheid. Zonder de juiste code kan de administratie het bedrijf niet als landbouwbedrijf erkennen.
Daarnaast moet het bedrijf een minimale standaardverdiencapaciteit (SVC) aantonen.
De berekening gebeurt op basis van gegevens uit verzamelaanvraag (hoofdteelt) + het bedrag van de geactiveerde premies over en de dieren uit de mestbankaangifte.
Voor starters en biologische bedrijven geldt een lagere drempel van €3.000. Via het e-loket kan elke landbouwer zijn persoonlijke berekening raadplegen.
Minstens één derde van de BTW-omzet van de onderneming moet voortkomen uit landbouwactiviteiten. Bij de verzamelaanvraag moet dit bevestigd worden via een verklaring op eer. Bedrijven die onder de bijzondere BTW-landbouwregeling vallen, voldoen automatisch aan deze eis.
Overheidsinstellingen, terreinbeherende natuurverenigingen, universiteiten en hogescholen kunnen het statuut niet verkrijgen.
De meest ingrijpende wijziging sinds 2025 is de pensioenvoorwaarde. Een landbouwbedrijf kan enkel als actieve landbouwer erkend worden wanneer minstens één van de verantwoordelijken (zaakvoerder, vennoot, bestuurder, leden, bedrijfshoofden…) géén rustpensioen ontvangt.
Volgende pensioenstelsels tellen wél mee als uitsluitingsgrond:
Volgende uitkeringen vormen géén probleem:
Er vindt sinds dit jaar een automatische gegevensuitwisseling plaats tussen de Federale Pensioendienst en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Landbouwbedrijven waarvan alle verantwoordelijken een rustpensioen ontvangen, lopen een groot risico. Wanneer een bedrijf twee jaar op rij zijn betalingsrechten niet kan activeren – en ze ook niet verhuurt – vervallen die definitief. Voor bedrijven waar dit sinds 2025 speelt, kan 2026 dus het beslissende jaar zijn.
Wie vermoedt dat hij onterecht niet als actieve landbouwer wordt beschouwd, neemt best zo snel mogelijk contact op met:
Voldoe je niet aan de pensioenvoorwaarde, dan is het cruciaal om meteen je bedrijfsadviseur te contacteren. De tijd om nog bij te sturen is beperkt, bijvoorbeeld om nog een bedrijfsoverdracht te realiseren.
Contacteer ons